Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAAR veertig jaar na de kruisiging van Jezus van Nazareth voltrok Titus het vast besloten oordeel aan Jeruzalem in een verwoesting zoo volslagen als geen der voorafgaande.

HOE kwam dat? Was er misschien gebrek aan strategisch talent? Of gemis aan moed? Integendeel. Wat deze opstand van alle voorafgaande blijft onderscheiden is het feit, dat zoowel van romeinsche als van joodsche zijde met het meest bewonderenswaardig militair beleid en met den grootsten moed en doodsverachting werd gestreden. De Zeloten vochten als leeuwen. En wie zal zeggen of de overwinning niet aan het joodsche volk gebleven ware, zoo er niet een onverklaarbaar iets zelfs een Titus deed uitroepen: „Waarlijk, hun ondergang is een oordeel der goden!"

HAD hy niet met groote beslistheid bevolen, dat de tempel zou gespaard bujven, en was het niet een dronken soldaat, die, door een brandhout in het tempelgebouw te werpen, het van God besloten oordeel voltrok?

VREESELIJK was het lot van het Jodendom. Een deel er van viel door het zwaard, een ander in slavernij, waar zy erger dan dieren behandeld werden. Duizenden van Joden, voor welken geen koopers gevonden werden, gaf Titus verlof om te gaan waarheen zij wilden. De jongsten en schoonsten van het volk, de hoofden der joodsche legers, spaarde de veldheer, om er zich van te bedienen in zijn zegepraal. Velen werden naar Egypte gezonden, om in de mijnen te werken. Anderen naar elders om in schouwburgen, door 't zwaard of door 't wild gedierte te worden omgebracht.

ZOO was dan het land verwoest en de tempel verwoest, en den Joden verboden den voet te zetten op Jeruzalems grond. Zelfs de naam der stad werd uitgewischt. Van nu af heette zij Aelia Capitaliana.

Sluiten