Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christendom, die als hersteller van den voorvaderlijken heidenschen godsdienst optrad. Hij plooide zich den filosofenmantel om de schouders en achtte zich niet alleen verheven boven de leer van Jezus van Nazareth, maar bij machte dien waan door bewijzen te staven. Wat, zou hij niet de middelen hebben om diens profetieën tot dwaasheid te maken? Had deze Jezus niet voorspeld, dat de verwoesting van Jeruzalem en de val van het joodsche rijk een straf waren voor het volk, dat Hem verworpen had? En in de gemeenschappelijke schuld voelde hij zich solidair met dat volk. In een zeer vriendelijk schrijven noodigde hij alle Joden in alle landen uit om naar Jeruzalem terug te keeren om mede te werken tot wederopbouw van het land en in de eerste plaats tot herstel van den heiligen tempel.

DE joodsche historicus Professor H Graetz zegt er van: „Welk een indruk dit vriendelijk schrijven maakte, dat zonder twijfel nog hartroerender was dan het decreet van Cyrus aan de gevangenen in Babyion en dat verschijnt als een verkwikkende dauwdroppel na lange droogte, wordt niet meegedeeld. Maar een uit joodsche traditie ontleend bericht meldt, dat de Joden op Julianus de woorden van Daniël 11 : 34 toepasten: „Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden." **)

EN Keizer Julianus het het niet bij beloften blijven. Hij droeg den bekwaamsten architect van zyn tijd op het plan te maken en uit te voeren. Het materiaal werd besteld en alle landvoogden bevolen hun medewerking te verleenen. En met den bouw werd begonnen. Doch nauwelijks was men eenigermate op gang, of een aardbeving, gevolgd door wervelwind en brand verwoestte alles en doodde de arbeiders. Professor H. Graetz tracht deze gebeurtenis van een zuiver natuurkundig standpunt te verklaren en zegt: „Zonder twijfel ontstonden deze onder aardsche vlammen in de voormalige aardgangen onder den tempel, waar de lang samengeperste lucht, plotseling van

29) Geschichte der Juden, von H. Graetz.

Sluiten