Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ds. Van Eeghen, Voorzitter voor Nederland,

Ik noemde reeds uw naam, maar niet in dit verband,

Voorzitter-Generaal, van deez' Vereoniging,

Den dank breng 'k heden u, al ben ik ook gering.

Gij hebt ten allen tijd getoond door doen en werken,

Dat g' Israël bemind, o moog de Heer u sterken

Voor ons, nog jaren lang u lust en krachten geven,

Komt vrienden, roept met mij: lang moog de Praeses leven |

En Dominé Van Noort de'diohter der Cantate, Hoe zou het moog'lijk zijn, dat gij het na kondt laten, Te toonen hoe ge 't volk van Israël bemint, Daar gij uw grootste kracht in hun geschied'nis vindt, Want 't is uw kracht, uw roem, de zenuw van uw leven, Wanneer ge in uw preek, zeer juist dat weer kunt geven. Als g' onlangs hebt gedaan als iu een »Vol volante", Toen zag men Isrels volk in 't doen aan alle kanten; Hun ondank en hun straf, het lijden van den Heer, 't Verwoesten van hun stad, 't verliezen van hun eer En ook van 't volksbestaan, het werd toen opgeheven, In schoone dicht'rentaal hebt gij dat weergegeven,

't Is de taal van onzen Heere.

't Ga hen wèl die goed en doet,

Maar Mijn straffen niet te weren,

.Treft voor wien gij vluohten moet.

O Dominé, wie zou u niet eeren, Die zoo liefd'rijk is voor 't oude volk des Heeren, God schare u, schenke u kracht en Zijn zegen, En leide uw schreden op al uwe wegen.

Broeder Bakhuizen die de gaven,

Goed beheer ter juister tijd,

Uitgeeft voor het goed en haven,

En die voor elk centje strijdt.

Ook hierin toont gij ons allen

En terstond, hoe men moet zijn,

Die voorkomen wil het vallen,

Steeds bewaakt het groot' ook 't klein.

Maar daarin toont gij uw trouwe,

Aan het volkje van weleer,

Dat ge met liefde blijft beschouwen,

Op 't gebod van uwen Heer,

Leef veel jaren en vol vuur,

En blijf l*ng iu het Bestuur.

Heer Pkenzlee die als Scriba toond' uwe vlijt, Sinds jaren lang een vriend van 't volk van Isrel zijt,

Sluiten