Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zijn salaris wachten. Voor sommigen van ons was het waarlijk een zware taak om de hunnen thuis behoorlijk te onderhouden en te verzorgen. Maar wij dachten er niet aan om ter wille van dit bezwaar het werk op te geven. We werkten integendeel nog wat harder en baden nog des te vaker en des te vuriger, en op de een of andere manier kwam ten slotte alles in orde. Ik weet wel: het wachtwoord van dezen nieuwen tijd is: nieuwe wegen en nieuwe banen, maar ik ben een oud man, en ik moet werken op de oude manier en met het oude geloof in de trouw, in de weldadigheid en in de liefde Gods. Het pleidooi van dezen broeder heeft mij machtig aangegrepen; en ik verlang zeer om het werk te zien, dat hij ondernomen heeft — een werk zwaarder en moeilijker en smartelijker dan een onzer ooit heeft ondernomen, laat staan doorgezet of proefondervindelijk bewezen, dat hij er eenige deugdelijke kennis van heeft. Het is een goed wérk, als het op de rechte wijze wordt aangepakt en trouw volgehouden. Wat weet gijlieden er feitelijk van?"

Op deze vraag kwam geen antwoord. De jonge generatie had haar houding van politieke onverschilligheid prijs gegeven en de ouderen zagen met trots naar den spreker, die in zijn tijd letterlijk duizenden getrokken had van de wegen der duisternis tot de werkelijkheid van Gods wonderbaar licht. Na een oogenblik gezwegen te hebben, ging hij voort:

„In de acht maanden, die er sinds April verloopen zijn en waarin wij hebben gewacht op de dingen, die komen zouden, is in niemand uwer de gedachte opgerezen of heeft iemand tijd gevonden om eens kennis te nemen van wat deze onze broeder deed. Hoe durft gijlieden dan hier komen en beweren, dat dit werk niet goed is?" En de lange, magere wijsvinger bewoog zich beschuldigend langs al de aanwezigen. De stem klonk klaar en streng en de oude, fIetsblauwe oogen schitterden met het vuur van innerlijk levend geloof.

„Een half jaar geleden kwam mij ter oore, dat Leczynski's kinderen niet meer op de Zondagsschool kwamen. De man, die het mij. vertelde, beweerde, dat dit een duidelijk bewijs was, hoe het geloof van den vader verslapte. Ik ging op onderzoek uit, en bevond, dat die kinderen niet meer op de Zondagsschool kwamen, omdat zij geregeld door de jongens en meisjes uit de buurt met steenen gegooid werden, telkens als zij daarheen gingen". En weer hief zich de dreigende vinger op in de richting van den Voorzitter, terwijl hij met nadruk vroeg: „Johan, werden uw kinderen ooit gesteenigd als zij naar Gods huis gingen? — Eenigen tijd later kwam een rijk man, een zakenman bij mij en vertelde, hoe hij vele zijner beste klanten verloor, omdat hij als lid van onze kerk, ook deel had aan het

Sluiten