Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Morgenland opgegaan, heeft, na het Avondland te hebben verlicht, in den duisteren wereldnacht geschenen. De Zon der gerechtigheid is opgegaan en heeft genezing aangebracht. (Mal. 4,2).

Maar intusschen gebeurde er iets heel eigenaardigs, iets heel treffends en ernstigs. Al heel spoedig werden de christenen verdreven van den geboortegrond huns geloofs, Jeruzalem en Palestina toonden zich vijandig en de geloovigen moesten elders een heenkomen zoeken. Maar de vervolging vanwege de Joden bleek ten goede te komen aan de verbreiding der waarheid. Spoedig daarna werden echter ook de Joden zelf slachtoffers van vervolging en moesten over de geheele wereld verstrooid geraken. Daarmee werd in zekeren zin en mate de deur tot het Morgenland weer voor het Evangelie geopend en zoo zien we de Kerk zich vestigen in alle landen, ook in het Morgenland. Dat ging verder alles goed, totdat in de zevende eeuw Mohammed het Morgenland zijn godsdienst oplegde en met het geweld des zwaards heiden, Jood en Christen onderwierp, verdreef of vermoordde. Het land van den opgang der zon werd in diepe duisternis gedompeld. De eeuwenlang durende overheersching der Turken (ook Mohammedanen) bracht het Morgenland onder de banier van de Halve Maan, het teeken van den nacht, het wapen der Turken. En terwijl de zoon van het Morgenland, de christelijke godsdienst, in de wereld, in het moeitevolle leven om bestaan en behoud worstelt, hij naar buiten uit (uitwendige zending) groeit en naar binnen (inwendige zending) rijpt, is in het ouderhuis de lamp gedoofd, het licht is er gewelddadig gebiuscht.

„Israëls koning is in den dageraad ten eenenmale uitgeroeid" (Hosea 10/15). De Naam van Jezus Christus is uit het Morgenland verbannen.

„Zoo schik U dan, om uwen God te ontmoeten, want zie, die de bergen formeert, en den wind schept, en den mensch bekend maakt wat zijne gedachte zij, die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, Heere, God der heirscharen, is Zijn naam. Die het zevengesternte en' den Orion maakt, en de doodse ha duw in den morgenstond verandert". (Amos 4,12, 13 en 5,8).

„Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen". (Jes. 9,1)

Hoewel de nacht gekomen is, zal nochtans het licht in het Oosten opgaan, het Morgenland zal een nieuwen morgenstond beleven, en de Zon des hemels zal alle duisternis verbannen. Reeds is de morgenster, die den opgang der zon aankondigt, verschenen de maan, het teeken des nachts en banier der Turken is verdwe-

Sluiten