Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eduards Kerstgetuigenis

door Zendeling A. BREET

We hadden voor een kerstmaaltijd de mannen en jonge mannen uitgenoodigd, die den Arabieren ontvlucht zijn en nu onder onze leiding in den dubbelen zin des woords in een ander leven worden ingeleid. Ze waren te talrijk dan dat we ze op gewone wijze aan tafel konden hebben en we dachten er aan, om den maaltijd in.de zaal te houden. We leven echter in het Oosten en onze medearbeider Nerses sloeg voor, om op Oostersche wijze den maaltijd op den vloer in te richten, zoodat er voor allen plaats zijn zou in de wat meer gezellige huiskamer. Dus kruisten we allen de beenen en lieten ons den maaltijd op Oostersche wijze goed smaken, reeds het zien smullen van die lieve kerels, zoo groot en stoer, die zich zoo ootmoedig laten onderwijzen en leiden, deed ons goed.

Na den maaltijd bleven we geruimen tijd in druk gesprek bijeen, hetgeen in zulke huiselijke bijeenkomsten zeer effectvol is, aangezien allen in de kennis van het Evangelie verschillen. Een van hen n.1. Eduard is een bekeerd man, een overtuigd Christen, de meesten zijn zeer nabij en we verwachten, om zoo te zeggen, ieder oogenblik doorbraak; eenigen staan nog vreemd ten opzichte van de geestelijke dingen en een van hen is slechts dezer dagen uit Armenië gekomen, dat deels tot Turkije deels tot Rusland behoort.

Op de vraag van een onzer aan Eduard, of hij iets te zeggen had, stond hij spontaan op, ging naar de muur, nam daar een schilderij af en ging met die plaat onder den arm van den een naar den ander. Met grooten ernst en overtuiging stond hij voor elk van de onbekeerden stil en sprak tot hen. Het was de bekende plaat van den Goeden Herder, die het verloren schaap uit zijn doodsgevaarlijke positie haalt. En terwijl hij met zijn vinger de beeltenis des herders aanwees, zeide hij: „dat is de Heere Jezus" en dan het schaap toonend: „en dat ben jij." Bij elk voegde hij er eenige woorden aan toe. die ik niet verstond, want hij sprak Arabisch en Armeensch, al naar de taal van hen, tot wien hij sprak.

Het is onmogelijk, om den indruk weer te geven, die deze predikatie van Eduard op mij maakte; deze Bedoeïn, die een Armeniër bleek, hoewel hij het zelf eerst niet gelooven kon, maar nu een christen is. Met ongeëvenaarden eenvoud en ernst teekende hij met enkele woorden zijn kerstgedachte „dat js Jezus", (want Hij zal verlossen. Math. 1 : 21) „en dat ben jij' (want wij dwaalden allen als schapen en keerden ons een iegelijk naar zijnen weg. Jes. 53 : 6).

Kostelijk getuigenis. Van ruwe steen tot schitterende diamant.

Van Bedoeïn tot Christen. A. B.

Sluiten