Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godsd .opvoeding meegerekend, die meer dan voldoende is voor het heele jaar. Intusschen blijft het gewenscht dat steeds nieuwe verschijnen, maar enkel met de grootste zorg, door geboren en getogen liturgen samengesteld. De gang van den dienst is met enkele kleine afwijkingen als volgt:

1. Orgelspel.

2. Stilte-stukje (korte, zacht gespeelde, samenbindende melodie).

3. Votum.

4. Doxologie ('tEere zij den Vader, of eenandere).

5. Aanvangsdienst.

6. Gebed.

7. Koorzang of orgelspel (in overeenstemming met gebed en toespraak).

8. Toespraak.

9. Orgelspel of koorzang (in overeenst. met toespraak).

10. Gebed.

11. Zegenbede.

12. Orgelspel.

Van deze liturgie blijft slechts 2, 3, 4 en 11 steeds

hetzelfde. Men moet zeer voorzichtig zijn dat juist bij de jeugd de liturgie niet als iets eentonigs wordt aangezien. Daarom is variatie zéér gewenscht bij de andere onderdeden. Vraagt men hoe de liederen gekend kunnen worden, dat is het antwoord: door een geoefend koortje te hebben (voor de jeugdkerkband als vaste groep ook zeer bevorderlijk) of door instudeeren een enkele maal vóór of na den dienst door de geheele jeugdkerk. Intusschen is het zaak de aanvangsdiensten te kiezen naar de t ij d e n van het jaar: B.v. als volgt: *)

Nieuwjaar Aanvangsdienst: Het Nieuwe. Lijdenstijd „ Voortgaan en

volgen.

Goede Vrijdag ,, Goede Vrijdag.

Paschen „ Paaschfeest.

Voor j aar stijd „ Schoonheid. Hemelvaart ,, Hemelvaart.

Pinksteren „ Pinksteren.

*) Het spreekt vanzelf, dat men hier en daar variatie kan brengen. Doch over het geheel zal men, liturgisch, in dezen gang moeten blijven.

Sluiten