Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu moeten er dus klassen gevormd worden van hen, die uit zoo verschillende hoeken samengestroomd zijn of samengedruppeld, met groote moeite samengedreven of samengezocht. En een klasse moet een eenheid zijn. Want het onderwerp moet zoo worden behandeld dat allen er wat aan kunnen hebben. Een eenheid van hen, die niet slechts uit totaal verschillend milieu komen, maar ook een totaal verschillende vooropleiding gehad hebben. Sommigen komen van de Christelijke school, andere van de openbare. Van de laatsten hebben velen twee jaar lang uitstekend godsdienst onderwijs gehad, anderen niet. Van beide groepen heeft een deel de Zondagsschool bezocht, een ander deel niet. Enkelen hooren thuis uit den Bijbel lezen; meerderen gaan 's Zondags naar de Kerk, de meesten missen 't een èn 't ander. Die jongen die nog nooit een bijbel gezien heeft, en met een vriendje meekwam, heeft honger naar geestelijk voedsel en dat meisje uit een zeer „Christelijk" gezin dat naar catechisatie moet, is oververzadigd. Ze komen door uitwendige omstandigheden in één groep.

Nog afgezien van de verschillen in verstandelijke, zedelijke en geestelijke aanleg is de verscheidenheid verbijsterend groot.

Nu moest men eigenlijk kunnen schiften, soort bij soort, naar leeftijd, sexe, schoolontwikkeling, bijbelkennis. Men moest ook de vorderingen kunnen controleeren en bevorderen naar een hoogere klasse en desnoods terug zetten naar een lagere klasse. Men moest de leerlingen de vreugde geven dat ze zelf ook zien dat ze verder komen. Maar dit is onmogelijk.

Want de beste indeeling wordt onmiddellijk verstoord door de feiten b.v. dat Jan, die eigenlijk op Maandagavond moest komen dan gymnastiekles heeft en Piet, die op Woensdagavond thuis hoort dan cursus boekhouden moet volgen; dat Nelly alleen met haar vriendin op Dinsdag wil komen, terwijl haar plaats eigenlijk zou zijn bij de jongsten op Woensdagmiddag. De stadspredikant moet eindeloos schipperen en laveeren om toch nog maar eenigen te behouden. Want als hij niet schikt dan verliest hij de leerlingen, niet aan een collega — dat is natuurlijk best — zelfs niet aan een andere Kerk — dat zou nog geen verlies voor God behoeven te wezen — maar aan de pure onverschilligheid.

Sluiten