Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons Eén en ons Al? Eerst dan kunnen wij anderen den weg wijzen, als wij dien zeiven vonden.

Doch ook dan zijn wij er nog niet. De Zondagsschool dient om Bijbelkennis aan te kweeken, en liefde voor het Evangelie onder de jeugd. En deze is zoo schreiend noodig in onzen tijd. Maar de kennis komt niemand aanwaaien, een ernst als zij veeleer vereischt gelijk bij het boren van eene diepe put, waaruit het water eerst na eindelooze krachtsinspanningen naar boven springt. Er moet ernstige voorbereiding zijn voor het werk. De Engelschen zeggen terecht: „wat waard is gedaan te worden, is ook waard zoo goed mogelijk gedaan te worden".

En nu leggen wij den vinger op een teêre plaats, ja op een droeve wondeplek. De zoo hoognoodige voorbereiding beperkt zich in den regel tot een enkelen cursus door een predikant of iemand anders gegeven, waarbij het inleiden tot de leerstof geschiedt, maar van vorming van opleiding voor Zondagsschool-onderwijzer wordt in ons land al heel weinig gezien. Eene loffelijke uitzondering daarop maakt de opleidingsklasse van de Afd. Amsterdam der Ned. Zondagsschool-Vereeniging, waar onder de tactvolle leiding van den heer A. J. Hoogenbirk onderwijzers en onderwijzeressen voor dat doel worden gevormd, alsmede het zg. „College", waar de reeds gevormde op uitnemende wijze vergaderen kunnen, wat hen dienstig kan zijn het ideaal meer nabij te komen.

En dat, waar het Zondagsschool-onderwijs, recht bezien, wel een schoon maar een uiterst moeielijk werk is! Het onderwijs toch moet aangenaam, bevattelijk, bijbelsch, stichtelijk zijn en het is niet ieder gegeven, om de stof voor het kind „naar den eisch zijns wegs" in te kleeden. En dan de stof zelf! De onderwijzer moet zorgen, dat hij het verhaal zelf goed gelezen heeft, dat hij het kan vertellen, weèrgeven en aanschouwelijk voorstellen, zoodat het leeft voor de verbeelding van het kind. Spreekt gij van Jozef in den

Sluiten