Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo oud als de Geref. Zondagsschool-zelve, is ook de vraag : „Mogen kinderen van Geref. huize geacht worden object van den ZondagsschooHarbeid te zijn ?"

Deze vraag werd tot een kwestie toen zich in den boezem der Geref. Zondagsschool tweeërlei strooming openbaarde, n.1. eene, die haar met „ja", en eene, die haar met „meen" beantwoordde ; en dat vooral toen bleek, dat beide partijen 'haar ingenomen standpunt vasthielden en tot eiken prijs verdedigden.

Nu is er aan deze kwestie een gelukkige kant. Zoowel de voorals tegenstanders van „het Geref. kind op de Zondagsschool" zijn — uitzonderingen daargelaten — te zeer overtuigd van de goede bedoeling hunner andersdenkende broeders, dan dat ze met ongepaste hardheid en hoekigheid elkander zouden bestrijden. Er is over en weer waardeering voor anderer zienswijze. En het onlangs over deze materie gehouden referaat van den Weleerwaarden Heer Ds. P. Nomes, op de 1.1. jaarvergadering van „Jaohiti", illustreerde ten duidelijkste, dat stellige overtuiging en scherpe omllijning van beginsel heel goed gepaard kan gaan met milde houding en sympathieke gevoelens jegens hen, die een tegenovergestelde meening zijn toegedaan.

Al ben ik het dan ook niet eens met de strekking van bedoeld referaat, toch moet ik mijn groote ingenomenheid uitspreken met de wijze, waarop Ds. Nomes zijn standpunt uiteenzette en verdedigde.

Zóó toch kunnen we elkander beter verstaan, begrijpen en. waardeeren. Zóó kunnen we, misschien zelfs, eenmaal tot overeenstemming geraken.

Bij het neerschrijven van de hiervolgende regelen, die de kwestie van de andere zijde belichten» ben ik met denzelfden broederlijken zin ibeziefld, al moet ik ook met beslistheid opkomen tegen de stelling, dat kinderen uit Geref. gezinnen van de Zondagsschool geweerd moeten worden.

Ik wensen dit geschilpunt te 'beschouwen uit principieel, uit

Sluiten