Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bedoeling van dit geschrift is een oriënteering te geven omtrent de vragen die zich rond kerk en staat voordoen. Er zijn menschen1), die bezwaar maken tegen den nauwen band, die reeds in dezen titel tusschen kerk en staat zou worden gelegd. Kerk en staat zijn volgens hen geen „Gesprüchspartner", zij liggen niet op hetzelfde vlak. Dit laatste volledig erkennend, acht ik toch de behandeling van het vraagstuk getiteld „kerk en staat" volkomen verantwoord, omdat, waar alle lidmaten van de kerk ook onderdaan van een staat zijn, dit samentreffen van kerk en staat in deze menschen bij hen conflicten teweeg brengt. Die conflicten zijn zoo bijzonder moeilijk, omdat zoowel de kerk als de staat — terecht of ten onrechte — geneigd zijn volledig beslag op den mensch te leggen en zij dus tegenstrijdige eischen kunnen stellen. De staat is de macht-hebbende in deze wereld bij uitstek; in de kerk is Heer en Meester Jezus Christus, die de Waarheid en het Leven is. Hem moeten we allermeest gehoorzamen. Het ligt dus voor de hand om te zeggen: gehoorzaam in de kerk volledig en aan den staat alleen voorzoover dit niet in strijd komt met de eerste gehoorzaamheidsplicht.

Deze conclusie is juist, alleen brengt zij ons practisch niet veel verder, omdat de kerk met met God vereenzelvigd mag worden. Daarom schreef ik: gehoorzaam in de kerk, en niet: gehoorzaam aan de kerk. Als de kerk altijd en alleen Gods woord sprak en werkelijk altijd en alleen in Gods naam gehoorzaamheid eischte, zou gehoorzaamheid aan haar éérste plicht zijn. Wij hebben echter te maken met de kerk van alle dag, met de kerk van dagen waarin Gods Geest haar leidt, zoowel als met de kerk in de menschelijke sleur. Hierin ligt de moeilijkheid. Eigenlijk weet God alleen of en in hoeverre de kerk waarlijk kerk is, wij hebben te maken Biet de kerk waar zoowel God als de mensch spreekt. Sommigen trekken uit de bovengenoemde conclusie de consequentie, dat men in de plaats van de vraag „kerk

Sluiten