Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sterk gevoel ik thans bij de behandeling van dit onderwerp, kerk en staat, hoezeer de veelheid van kerken met haar somtijds tegengestelde opvattingen, de problemen vertroebelt en anti-Christelijke staatsmachten wezenlijk voordeel bezorgt. Het probleem kerk en staat zal in deze bedeeling altijd blijven bestaan, maar het komt eerst op zijn ware plan te staan en de strijd tusschen kerk en staat wordt eerst in klaarheid uitgestreden, wanneer het duidelijk is, ook voor den staat, wat de Christelijke kerk is. En ook afgezien van dien strijd is het waar, dat de staat er recht op heeft, om, als de kerk allerlei rechten opeischt, te weten waar die kerk is.

Aan de hand van het Nederlandsche geldende recht is reeds aan te toonen, welke moeilijkheden door de veelheid van kerken voor den staat kunnen rijzen. In Nederland kan een vereeniging alleen rechtspersoonlijkheid bekomen door Koninklijke goedkeuring harer statuten. Voordat die goedkeuring gegeven is, heeft de vereeniging dus geen rechtspersoonlijkheid; kerken behoeven daarentegen een goedkeuring der overheid niet, zij behoeven hunne reglementen slechts mede te deelen aan den Koning. Men kan zich nu voorstellen, dat een suspecte vereeniging zich als kerk zou willen voordoen, om te voorkomen, dat haar statuten niet zouden worden goedgekeurd. In zulk een geval kan men den staat, regeering of rechter, het recht niet ontzeggen te beoordeelen of de bedoelde organisatie een kerk is of niet. Waar zal dan de maatstaf liggen? Stellig zou men van de kerk mogen verwachten, dat zij van zich zelf een duidelijk getuigenis geven zou. Toch zal dit binnen afzienbaren tgd niet geschieden. Hier ligt schuld van de kerk, waarin niet berust mag worden.

Het vraagstuk kerk en staat stelt de oecumenische vraag. Kerk en staat in Nederland.

Sedert de in ons land terecht ingevoerde scheiding van kerk en staat is de houding van den Nédeilandschen

Sluiten