Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning een bevoegdheid geeft, n.1. om zich tegenover hem uit te spreken.

Tot hiertoe hebben wij het vraagstuk van kerk en staat meer van de staatszijde gezien, thans nog een blik op de kerk.

Ik moet herhalen dat de grootste moeilijkheid, juist in Nederland, ligt in de gespletenheid der kerk. Zeker bij ons liggen de moeilijkheden van kerk en staat veel meer bij de kerk dan bij den staat. De kerk is in wezen één; één stem, of beter één lied, waarin verschillende stemmen harmonieeren, moet zij laten hooren. Hoe anders is dit vaak. Verwardheid en onduidelijkheid, in het bijzonder door de veelheid van kerken, wordt de kerk, juist als zij over dergelijke vragen als kerk en staat spreekt, terecht verweten. Door haar gespletenheid wordt zij belemmerd om het haar toebetrouwde woord zoo noodig tot de overheid te spreken.

Wie den ernst van het vraagstuk kerk en staat inziet, achte dus het oecumenische vraagstuk van hoog belang. Hij werke en bidde voor de eenheid van de Christelijke Kerk in Nederland.

Het is niet in de eerste plaats, dat de kerk tot den staat als zoodanig in relatie staat. Evangeheverkondiging, een moeder voor haar kinderen zijn, dat is bij uitstek haar taak. Van de doorwerking hiervan mag veel goeds verwacht worden, ook voor den staat. Dit sta voor de kerk voorop.

De kerk heeft van God de taak van Evangeheverkondiging gekregen, zij heeft van Hem daartoe dus tegenover den staat ook het recht gekregen. Dit is een werkebjk recht, dat haar door den 'staat niet ontnomen kan worden, tenzij de staat onrecht pleegt. Daarom kan men de verhouding kerk en staat een rechtsverhouding noemen. Onrecht bevat dus artikel 177 Indische Staatsregeling, krachtens hetwelk aan de overheid in Indië verlof tot zending gevraagd moet worden. Dit verlof wordt niet

Sluiten