Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of wat dreigt verloren te gaan, zoo gij u onthoudt. Maar evenmin moogt ge den twijfel koesteren. „Twijfelen is uiting onzer persoonlijkheid" zegt Ligthart, zeker, onzer zondige persoonlijkheid. Die poogt aan den klem van Gods macht en majesteit te ontkomen en tracht daartoe zijn Woord te misduiden. Jan Ligthart prijst den twijfel, voedt op tot twijfel, wij voeden op tot het geloof.

Daartoe behoeft ge echter niet te probeeren, het wonder te verklaren.

Ik heb eens aan een Christelijke School hooren vertellen de geschiedenis der wijzen uit het Oosten. We waren gekomen tot de verschijning der ster, die buiten Jeruzalem de wijzen naar Bethlehem geleidde. De onderwijzer meende hierbij te moeten opmerken, dat dit geleiden door de ster niets bijzonders was. „Wie heeft niet wel eens de maan met zich mee zien gaan, als hij een eind weegs in den avond liep?

Toen kwam er gelukkig verzet uit de klasse.

Dit is alleen een poging, om eigen inzicht den voorrang te schenken boven het wonder. Waardoor het wonder verdwijnt.

Wees niet bezorgd. De kinderziel aanvaardt het wonder, als bij God behoorend, gelijk de geloovige jubelt: Onze God is een God, die wonderen doet. Gelukkig! Wat zou er van deze arme wereld zijn geworden, zoo Hij ze niet had gedaan, en nog steeds deed!

Ook moet ge u over den duivel niet te druk maken. Let op, hoe weinig de Schrift van hem zegt. De vijanden van onzen Heiland hebben zich wel heel druk gemaakt over den duivel. Ze wisten er alles van. De duivelen hadden een hoofd: Beëlzebub, dat was de handlanger van den Heer Jezus.

De Heer bestraft alleen de duivelen, en waarschuwend spreekt zijne stem van de plaats, waar weening is en knersing der tanden.

Zoo komt de Zondagsschoolonderwijzer beneden het Woord te staan, wordt hij dienaar van dit Woord. Verklaart hij niet anders dan Schrift met Schrift en herinnert hij zich steeds de rijke belofte: Leer den jongen de eerste beginselen, naar den eisch zijns wegs* als hij oud zal geworden zijn, zoo zal hij daarvan niet afwijken.

Hier stelt de Schrift zelf methodisch, oordeelkundig onderwijs als voorwaarde en waarborg van vruchtbaar onderwijs.

Om het laatste is het ons te doen.

Daarom zei ik: Stelling 2. Bij den Zondagsschoolonderwijzer moet de persoonlijkheid onder de Schrift staan.

Een tegenovergesteld gedrag zou ons werk met onvruchtbaarheid bedreigen. Omdat wij, menschen, helaas, telkens tegenvallen.

Toen in Augustus 1792 het koninklijk paleis te Parijs bedreigd werd door een woedende menigte, deed de Zwitsersche lijfwacht, ten getale van tweehonderd, het uiterste om den koning, Lodewijk XVI, te beschermen. Ondertusschen vluchtte deze door een achterdeur uit het paleis en stelde zich in veiligheid. De Zwitsers, die hiervan niets wisten, vochten door, hun tegenstand verbitterde de menigte steeds meer, en alle Zwitsers kwamen tot den laatsten man om.

Sluiten