Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand ontkennen), die kinderen, die ons naar de oogen zien en voorshands nog aan vaders en moeders zijde door 't leven willen, die kinderen, die Gij ons in onderpand hebt afgestaan om ze op te voeden tot U heen, die kinderen ('t moet wel zijn tot Gods groote verbazing) die kinderen, Heer, sturen we nu van ons op zesjarigen leeftijd, geleidelijk allemaal, tot we weer kinderloos daar staan." Datgene, wat we hebben, waarop we zonder eenigen twijfel invloed uitoefenen, dat sturen we weg (op hoop van zegen), om te behouden datgene, wat we niet hebben, waar we naar grijpen en waar we naar streven, maar waar we bij lange na geen directen vat op hebben, de inlanders, die wel spoedig roepen „saja toewan", „saja toewan", maar die wij ongetwijfeld niet in onzen greep hebben. Ziet mijne HH, dat is de vraag, waar ik maar niet mee klaar kom, de eenige vraag, waar ik geen weg mee weet. God geeft ons kinderen, en wij zeggen: „Dank U vriendelijk, Heer, maar we sturen ze toch weg". En we nemen onze kinderen van God als kennisgeving aan en leggen ze op zesjarigen leeftijd naast ons neer, en blijven verder werken aan menschenzielen, op wie we geen vat hebben en verwaarloozen onze eigen kinderen, 't Zou wel eens zoo kunnen zijn, mijne HH, dat God ons later, als we alleen en vermoeid aan de Hemelpoort staan, en we ter onzer verdediging aanvoeren: „Heer, ik ben 40 jaar zendeling geweest en 'k heb zoo heel erg m'n best gedaan, 'k heb gereisd en gepredikt en gewerkt aan 't volk, waaronder ik arbeidde, maar 't mocht me niet lukken één ziel tot bekeering te brengen", dat God zegt: „Arme, vermoeide ziel, kom in, 'k neem 't niet kwalijk, dat je alleen komt, je had dat volk niet in je hand, maar de kinderen, de 3, 4 of 5 kinderen, die ik je gegeven heb, waar zijn die", en dat we dan moeten antwoorden: „O, Heer, die heb ik alle 't bosch ingestuurd, ik dacht, dat U dat niet zoo bedoeld hadt, dat U die niet aan mij hadt gegeven, ik dacht, dat anderen die moesten bearbeiden en opvoeden." Laat ik op dezen toon niet verder gaan

Sluiten