Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een en het al werd en dat ge niet waarlijk Gods Woord hadt gebracht, waar doorheen Gods Geest huivert, dat uw leerlingen niets gezien hadden van de goddelijkheid van dat Woord, niets gevoeld hadden van de Majesteit van dat Woord, niets vernomen hadden van de stem des Heeren!

O, en dan hadt ge misschien tóch wel echt boeiend verteld en dan hadden de kinderen óók wel graag en met aandacht geluisterd; maar gij hadt hèt doel niet bereikt.

Bezielde stof, die biedt u Gods Woord en dit is dan ook een der heerlijkste voorwaarden, waaronder gij straks waarlijk bezielend kunt vertellen.

Die stof kan bezielend werken op u, en op de kinderen.

Hier is een dubbele wisselwerking. Het een is van het andere niet te scheiden.

Hoedt u nu voor de meening, dat ge met bezielde stof er zijt.

De stof is altijd schoon genoeg; maar, we zinspeelden er reeds op, veel hangt toch af van hem, die de stof vertelt, en veel hangt af van het kind, dat die stof verwerken moet. Om het met een beeld te zeggen: het zaad is goed en kiemkrachtig; maar de zaaier moet het werpen in de goede aarde, in geschikten bodem; op den goeden tijd, onder gunstige omstandigheden.

Wie zitten daar voor u, als ge op uw Zondagsschool gaat vertellen?

Kinderen, zegt ge. Juist, dat wil zeggen: menschen. kleine menschen; menschen, met een ziel.

Welnu, als ge waarlijk bezielend zult vertellen, dan moet ge de ziel van het kind raken; dan moet er aanraking, contact komen tusschen uw ziel en die van het kind.

Maar reken er dan mee, dat ge te doen hebt met een kind.

Dat ge spreekt naar de bevatting van het kind, en dat ge het kind onderwijst naar den eisch van zijn weg.

Ge kunt niet goed, niet bezielend vertellen, als ge het kind niet kent, al hebt ge de schoonste stof. Ge moet het kind bestudeeren, het in zijn uitingen gadeslaan, zijn neigingen trachten te onderkennen. Wie het kind niet kent en verstaat, wie in zekeren zin niet worden kan als een kind, vindt ook nooit den sleutel tot de ziel van het kind. Eigen kan slechts door eigen gekend worden.

Daarom is de taak van een onderwijzer, óók van een Zondagsschoolonderwijzer, zulk een zware en moeiliflce taak.

Wil ik hiermee beweren, dat elk Zondagsschoolonderwijzer aan kinderstudie moet gaan doen, en kinderpsychologie dient

Sluiten