Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik iets verkeerds had gedaan. Van Vader kreeg ik een berisping, of als 't erg was, een klap, maar daarmee was het afgeloopen. Moeder bracht me naar het opkamertje en nam den Bijbel mee. En als ze me dan uit Gods Woord bestrafte, bleef de indruk daarvan bij me achter, en beangstigde me. Maar ook leerde ik uit Gods Woord, dat er vergeving is."

Intusschen moet de Zondagsschoolonderwijzer maar niet lukraak met de H. Schrift schermen, om op die wijze zijn gezag te handhaven. Dan zou hij ongetwijfeld misbruik maken van 's Heeren getuigenis, 't Zou dan een middel zijn, om zichzelf te zoeken, terwijl het hem te doen moet zijn om de eere Gods.

Daarom moeten Woord en Gebed samengaan. Onkruid moet op de knieën gewied worden. De onderwijzer, bewust van eigen onmacht en onbekwaamheid, zal zijn kracht moeten zoeken in het gebed. Het gebed ook voor en met de kinderen. In bijzondere gevallen, maar dan met de uiterste voorzichtigheid toegepast, kan het opzettelijk gebed met het kind dat overtreden heeft, goede uitwerking hebben. Maar hier in 't bijzonder geldt het: „De plaats, waarop gij staat, is heilig land." Eerbied en schuchterheid in het heilige is een eerste vereischte. Dit moet de Zondagsschoolonderwijzer bedenken, opdat ook het knd de heiligheid van het gebed blijve gevoelen.

De eischen, die orde en tucht aan den Zondagsschoolonderwijzer stellen, zijn voorzeker niet gering. Ieder, die zich van de zaak ernstig rekenschap geeft, zal de vraag stellen: „Wie is tot deze dingen bekwaam?" Laat u echter niet ontmoedigen, want de Verbondsgod, die u deze taak heeft opgelegd, heeft ook in Zijn Woord de belofte gegeven: „Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begeere, die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt, en zij zal hem gegeven worden".

Uac- 1 :5-> , , ,', u

En wat de kinderen betreft, voor het meerendeel zal toch

wel gelden, dat zij kinderen des Verbonds zijn, voor wie de rijke beloften des verbonds gelden. Zóó de kinderen beschouwende, zal de taak nog zwaarder worden, maar des te vaster zal de Zondagsschoolonderwijzer zich dan ook vastklemmen aan het Kruis van Golgotha, en zijn kracht zoeken bij den grooten Kindervriend, die gezegd heeft: „Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet, want derzulken is het Koninkrijk Gods. (Mare. 10 :14.)

Sluiten