Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn doel aan deze zijde van het graf. Welk' ideaal welk' doel? Natuurlijk zingenot, bevrediging der hoogere of lagere lusten en neigingen. Waar de ziel zwijgt en de geest verstomt, daar spreekt alleen het vleesch. Maar aan dien diseh des levens is geen gelijke plaats voor allen; niet allen kunnen de vooraanzittingen genieten: vandaar bittere stemming, jaloerschheid, haat. Let op die dichtregelen aan het adres van Van Kol. Er is sprake vanj ontevredenheid over het genot van anderen. Kan het duidelijker gezegdl? D|at anderen genieten; dat anderen meer en beter genieten (schijnbaar althans!); dat anderen een hoogere plaats* bëkleeden, dat kan men niet dulden. En genieten zij' dan nog waarlijk, die „anderen"? Zijn zij!, tenminste, vergenoegd, tevreden! met hetgeen hun deel, hun lot is op aarde? Vitoden zij vreugde, blijdschap; vinden zij het leven in en door hun goederen? 'Ach, hoe beter, hoe hooger plaats zij aan den disch der aardsche vreugden veroveren mochten, hoe leger hun ziel menigfmaal werd, hoe. troosteloozër hun bestaan; en nog zijh zij niet vergeten, die Romeinen, die van tafel opstonden om in hun badkamer zich de aderen te gaan openen. Daarom: om die algemeen moreele inzinking, om dat algemeen verlies van levensdoel en levensideaal, is ware tevredenheid verder te zoeken dan ooit; daarom openbaart zich het ziekelijk verschijnsel, dat ons bezighoudt, zoo krachtig vooral op maatschappelijk gebied; daarom vergalt die 'bittere ontevredenheid zoo menigmaal ons huiselijk! leven en vreet zij voort als een kanker, zoo God het rneï verhoedt, zelfs in ons eigen hart.

* * *

Tegenover dien geest van onzen tijd nu, stellen wij het woord van Paulus: „Ik heb gelfeerid vergenoegd te zijn in hetgeen ïk ben."

„Wel, zegt deze of gene, die man behoorde dan ongetwijfeld tot de „bourgeois satisfaits", de zelfvoldane en verzadigde burgers! Tot die categorie van rijken, gezonden, maatschappelijk voorspoedigen, algemeen geacht en gezien, die voor armen, kranken, ellendigen, slechts deze onbarmhartige woorden hebben: „Zie op ons en doe als wij". Of tot die oppervlakkige optimisten, die niets beseffen van 's levens leed en 's levens smart. Of ook nog tot dezulken, die zich bij allés neerleggen; die zoo zijn neergedrukt door zorg en tegenspoed; dat zij niet meeri

Sluiten