Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch antimilitaristische lectuur, van Christelijke of

Christelijk-anarchistische zijde komende, meer dan genoeg. Literatuur te over, om ons een kijk te geven op hetgeen daar woelt en wérkt in sommiger hoofd en hart, en ons de „gevaren van een zeker antimilitairisme" duidelijk voor oogen te stellen, ons op te wekken om inzonderheid onze jonge mannen op die gevaren te wijzen. Ik zeg en herhaal : „gevaren", want het gaat hier geenszins om een academisch steekspel. Van een rustige gedachten wisseling over de vraag of wij, „in geval van nood" ons tegen inbrekers zouden „mogen" verzetten, kan allerminst sprake zijn. Wij zijn omringd van inbrekers. Hier en daar voelen wij reeds morrelen aan de sloten, nu en dan wordt er een trap op onze deuren-gegeven. Mogen wij ons verdedigen, ja dan neen ? Eischt Christenplicht, ja dan neen, dat wij ons weerloos laten slachten ? Ziedaar de vraag die zich aan ons opdringt op meer dan actueele wijze, en het advies : „Werpt toch de wapens neder", advienne que pourra (laat komen wat komen moet), is vari zoo vérstrekkende gevolgen, bedreigt ons met zulk een onheil in de allernaaste toekomst, dat het onzerzijds plichtsverzaking zou moeten heeten, daar niet al onze aandacht aan te schenken.

Moge ik hier dan al noodgedrongen staan, ik sta hier met groote opgewektheid en vol liefde voor onze zoekende jongelieden (aan hen blijf ik in de eerste plaats denken), in de hoop da+ velen zullen zeggen : In den naam van Christus, niet de wapens neder, maar de wapens manmoedig gehanteerd, om huis en haard, land en volk, tegen elke aanranding biddend te verdedigen.

i * *

Eigenlijk kon ik volstaan met te herhalen wat ik reeds gezegd en geschreven heb. Weerlegging toch vond ik, tot op heden, bitter weinig. Wel groote woorden. Nu eens werd ik een „huichelaar" gescholden, een „farizeër", een „schriftgeleerde", omdat ik anderen wel aanried te vechten, doch zelf „op de allerjammerlijkste wijze mijn plicht (n.1. om het Vaderland te verdedigen!) verwaarloosde." Dan weer werd het woord van Jeremia over de. „valsche pen" die „tevergeefs werkt" op bijzondere wijze

Sluiten