Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men u : „Werken is een krachtsinspanning om te kunnen genieten ; de arbeid is een middel om geld te verdienen, en aldus den weg te banen tot levensgeluk en levensvreugde". Hoort ge niet die stem om u heen allerwegen ? Ziet ge niet het gevaar ? Bemerkt ge niet hoe die heidensche opvatting (want we hebben hier met het zuiverste heidendom te doen, zooals ge straks zult gevoelen) bezig is de Christelijke beschouwing te verdringen ? Laat ons dan trachten daartegen te reageeren, tegen die dwaling in verzet te komen, ons allereerst in deze te laten leiden door het eeuwig, onveranderlijk Evangelie, door het Woord Gods, dat in alle vraagstukken, problemen en moeilijkheden, op elk gebied en op elk levensterrein, een lamp is voor onzen voet en een licht op ons pad.

*

Vooreerst: Wat is „arbeid" en wie verdient den naam van „arbeider" ? De vraag kan vreemd schijnen, doch moet gesteld worden om begripsverwarring te voorkomen. Of liever : om begripsverwarring op te heffen, want voor sommigen^ voor velen zelfs, is reeds „arbeid" alleen datgene wat met de handen wordt verricht. Een „arbeider" is dan alleen hij die met zijn handen, letterlijk, in het zweet zijns aanschijns zijn brood verdient. Zonderling, inderdaad! Bij de Ouden, inzonderheid bij Grieken en Romeinen, was de handenarbeid allerminst geëerd. Dat was slavenwerk. Dat werd aan slaven, die nauwelijks tot het menschelijk geslacht werden gerekend, overgelaten. Een vrij man bemoeide zich hoogstens met letteren of kunst. Maar spitten, spaden, steenen sjouwen, houthakken, ijzer bewerken ? Minderwaardig gedoe, goed voor werktuigen of machines, dieren of schepselen, die gevoegelijk daarmede op één lijn konden worden gesteld. Ge weet, M. H., welk een radicalen omkeer het Evangelie, ook op dit gebied, tol stand bracht; zonder revolutie, langs den weg eener geleidelijke evolutie ; alleen door de kracht der gestelde beginselen, die als een zuurdesem de logge wereld der denkbeelden en der vooroordeelen langzamerhand geheel doortrokken. Het Christendom, dat de vrouw emancipeerde en haar de haar toekomende plaats naast den

Sluiten