Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dienstweigering.

Te midden van de verschrikkingen van den huidigen wereldoorlog is het vraagstuk van „Dienstweigering" in verscherpten vorm aan de orde gekomen. Is oorlogvoeren wel geoorloofd? Mag men wel de wapens hanteeren? Is dit niet in strijd met beschaving en menschelijkheid ? Staat er zelfs niet in den bijbel: „gij zult niet dooden" ? En is het niet naar Jezus' eigen leer geboden juist, om den booze niet te wederstaan ? Is de Bergrede niet een evangelie, dat lijnrecht overstaat tegen alle geweld en militair bedrijf? Als mijn geweten, bij overweging al dezer dingen, mij nu toch verbiedt een mensch te dooden of te* verwonden, kan, mag ik dan soldaat worden ? Moet ik dan de stem van mijn geweten niet volgen, en Gode meer gehoorzaam zijn dan den menschen ?

Ziedaar vragen die bij dit probleem rijzen ; en zooals een ernstig dienstweigeraar ze in den regel kent. — Kent in dien ontróerenden ernst, dat hij (soms na veel strijd en zielelijden) ten slotte straf en gevangenis, ja als het moest zelfs den dood, kortom alles trotseert, — en de wapens weigert te hanteeren.

Niet genoeg kan ik bij dit vraagstuk voorop stellen, dat we hier te doen hebben met een hoogst ernstige zaak. Érnstig, niet omdat van uit positief bijbelsch standpunt het antwoord niet te geven ware; maar omdat in den regel de dienstweigeraar iemand is wien het ernst is. 't Zijn menigmaal lieden, (althans indien ze werkelijk uit gewetensovertuiging handelen) met wien we allesbehalve den spot hebben te drijven. Integendeel; hun moed van overtuiging is op zichzelf menigmaal eerbiedwaardig. Door foutieve Schrift-verklaring, eenzijdige wereldbeschouwing, en onevenredig gevoelsleven, is hun geweten op een verkeerd spoor gelóopen; zijn zij zelf slachtoffers daarvan geworden; en doet het ons vaak pijnlijk aan, als we vernemen, hoe ze aan allerlei verdrietelijkheden onderworpen zijn; en niettemin tneenen toch niet anders te kunnen of te mogèn handelen.

Zelfs is er altijd min of meer iets in hun optreden, dat u gevoelig aandoet. Zeker, daar kan zijn een dienstweigering uit, revolutionair-anarchistische overwegingen, uit haat en wrevel tegen aHe overheid en gezag, uit zucht om alle ordening en orde het onderstboven te keéren. Zulk streven is zeeronsympathiek. Maar hier hebben we 't Oog op de dienstweigering die vrucht is van bovengenoemde overwegingen. Men vindt het dooden van een ander zoo door en door gruwelijk, een daad het teer gemoed onwaardig; men vindt-het daarenboven door en door „onchris-

Sluiten