Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' „Ook de vertegenwoordigers der wetenschap en religie verstarren in blinde cadavergehoorzaamheid tegenover de eigenlijke oorlogsbewerkers. Dit gifgas van geestdoodende denkschablonen is ook binnengedrongen in het heiligdom der christelijke woordverkondiging. De autoriteit der kerk en de naam van God worden gebruikt tot knechting van de gewetens, tot vervalsching van het politieke oordeel en van alle zedelijke nonnen. Godsdienst en Kerk werden geheel en al in den dienst van het militarisme gesteld en uitgebouwd tot oorlogsmiddelen van den eersten rang. Men verhief den algemeenen oorlogsdienstplicht tot gewetensplicht, doordien men het africhten tot het dooden op bevél als een noodzakelijkheid tot zelfhandhaving der volksgemeenschap, als recht van noodweer den menschen voorspiegelde".

(Münchener Post van 5 Sept. '28).

Inderdaad, de nationalistische en militaristische ontkerstening der volken heeft aan den staat een heidensche overmacht gegeven over de gewetens, een overmacht, waar de Kerk veel te zwak tegen opkwam. „Het is een door de geschiedenis bevestigd feit", schrijft de katholieke Prof. Prunner van het Groot Seminarie te Eichstatt (aangehaald door Pastoor Keulers), „dat een algemeene dienstplicht alleen dan ontstond, als de staat godsdienstig onverschillig of anti-christelijk geworden was, en geen ander recht meer erkende dan zijn eigen almacht". De Nederlandsche moraal-theoloog Jos. Aertnijs noemt „den gedwongen dienstplicht de slavernij van onze eeuw, welke zooveel ophef maakt van hare vrijheid" (eveneens bij Keulers). En Pastoor Keulers zelf oordeelt „dat zij, die den dienstplicht hebben ingevoerd, den volkeren de ziwaarste, onteerendste straf hebben opgelegd die ze ooit gedragen hebben".

Pastoor Keulers zegt deze dingen raak en goed, doch is overigens nog slechts op Wèg naar de waarheid. Hij is pas halverwege. Hij ziet het kwaad alléén in den dienstdwang. In „De Nieuwe Eeuw" verkondigde hij (24 Febr. '27): „het onrecht ligt alleen in den dwang, in de vrijheidsberooving van het individu", niet „in den oorlog, in de wijze van oorlogvoering, in de oorlogsmiddelen". Hij heeft blijkbaar déze zijde van het vraagstuk nog niet goed doorgedacht, zich nog niet ingedacht in wat het moderne oorlogvoeren beteekent. Wanneer hij de geschriften van Pater Stratmann en Ohhneier bestudeert, en leest wat wij aanhaalden, zal hij dit standpunt niet kunnen volhouden. Trouwens, wil meenen niet alleen den afkeer van dwang maar ook den afkeer van dit soort van dwang te hooren in zijn scherpe uitspraak: „ieder land (heeft) den plicht dat monster van hemeltergende slavernij of handel in blanke menschen uit te roeien en af te schaffen". Dit oordeel is op zich zelf volkomen juist, en het deed ons veel genoegen, dat de hoofdredactie van „De Nieuwe Eeuw" in een onderschrift te kennen gaf, dat „de alge10

Sluiten