Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is met groote vreugde, dat wij deze katholieke getuigenissen van sterk en hoopgevend pacifisme aan het woord lieten. Wij weten wel: het zijn nog maar enkele stemmen in het groote katholieke kamp, en grootendeels boitenlandsche stemmen. Met name in Duitschland is het katholieke pacifisme sterker en is de katholieke pacifist vrijer in zijn woord dan in ons vaderland. Vooral in Nederland wordt nog maar al te veel het woord gegeven en het oor geleend aan ouderwetsch-nationale „pacifisten" als pater Borromeüs de Greeve, die bij de mobilisatie-herdenking van 1924 het ambt van den priester in het verlengde zag liggen van dat des krijgsmans (de een, zei hij, strijdt voor het aardsche, de ander voor het hemelsche vaderland!!) en die in 1927 op een besloten anti-ontwapenings-bijeenkomst in Maastricht — broederlijk vereend met kapitein Alting van Geusau — de oude zoo gelogenstrafte leuze ,,si vis pacem para bellum" (wilt gij den vrede, bereid u dan ten oorlog) verdedigde en zelfs de weigering om aan een „verdedigingsoorlog" mee te doen alleen mogelijk achtte als „alle zedelijke grootheid in ons geweken is, en alle poëzie voor het schoone onzer hopen en idealen is vervluchtigd"!! (verslag „Limburger Koerier", 20 Jan. '27). Het hoogtepunt wan des Paters rede vormde de uitroep: „Wij willen Holland houWen". Daar gaat het echter niet om. Ook wij „willen Holland houwen", en precies even graag. Doch het gaat om déze vragen: „Hoe houwen wij Holland het best?" Denkt men waarlijk, dat het veiliger is te bouwen op onze absoluut ontoereikende weermacht dan op het Recht en op God? En verder: „Welke middelen mag een Christen toepassen?" Aan deze laatste vraag kwam de spreker zelfs niet toe.

Maar ook onder de Katholieken van Nederland zijn er velen — en zij vermeerderen met den dag — die, denkende aan de gruwelijke massa-slachting, deze kerkelijke oorlogstaal niet goed meer kunnen aanhooren. Toen één onzer een paar weken later in Maastricht het een en ander aanhaalde uit het Evangelie, uit oud-christelijke en nieuwere katholieke schrijvers, en daarna een eigen christelijk getuigenis liet hooren, ontving hij een brief van katholieke hand, waarin het volgende te lezen stond:

Maastricht, 16-2-'27.

Hooggeachte Heer,

Namens eenige katholieke geestverwanten, gisteren onder uw gehoor, betuig ik U onzen dank voor de wijze, waarop U van christelijk standpunt het ontwapeningsvraagstuk in het ware licht hebt gesteld. Broodnoodig was dit trouwens

Sluiten