Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oyerd. En vooral, hij heeft zoodoende aan de theologie, die hoe langer hoe meer de wijsbegeerte van den dag, als ware zij hare nederige dienstmaagd, begon na té loopen, haar „selfrespect", haar „gevoel van eigenwaarde", hergeven. In dit opzicht zijn zijne Beden über die Religion een geweldig événement geweest, waarvan men de portée het best gevoelt, als men leest, hoe een man als Claus Harms door het lezen van die „Reden" naar zijne eigene bekentenis tot een geheele, geestelijke ommekeer is gekomen. Iets ook van de warme, gevoelige, mystieke vroomheid der Herrihuttersche kringen met hun sterk op den voorgrond plaatsen van den persoonlijken omgang met Christus drong door middel van Schleiermacher door óók op theologisch terrein en deed er nieuw leven ontwaken.

Toch is juist de wijze, waarop hij voor godsdienst en theologie een eigen terrein veroverde, aan ernstige bedenking onderhevig. En daaraan is het dan ook te wijten, dat er wel een zekere, vooral van het gemoed uitgaande theologische herleving kwam, maar dat deze herleving, bij gemis van het aloude, reformatorische uitgangspunt van Gods geopenbaarde Woord, de kiem harer eigene ontbinding in zich droeg en dé moderne theologie heeft doen geboren worden, die zich tenslotte het heftigst tegen de aloude, posi'tiefChristelijke belijdenis heeft gekant.

Schleiermacher tracht namelijk de theologie geheel op te bouwen als een geestelijke ervaringswetenschap. In zijne „Reden" vraagt hij aan de beschaafden zijner dagen belangstelling voor den godsdienst als een belangrijk, geheel eigen, karakteristiek, geestelijk ver-

C-,K?!S .Frank» a- w. S. 76. Welk een verwarring echter nog bij Schleiermacher zelf heerschte, blijkt wel het duidelijkst hieruit, dat hij een aan het positieve Christendom zoo vijandigen pantheïst als Spinoza (men denke aan zijne uitlating over de menschwording van Gods Zoon) noemde een man „vol van Heiligen Geest", ibid.

Sluiten