Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doende; hier hebben we behoefte aan een getuigenis Gods, waarop wij ons verlaten kunnen in leven en in sterven. „Ons hart is onrustig in ons, totdat het rust in God!"1)

Daarom blijf ik ook nu weer herhalen, wat ik vroeger meermalen heb gezegd op de Utrechtsche predikantenvergadering : „het eerste deel van Dr. Kuyper's Encyclopaedie, waarin hij historisch aanwijst, hoe de theologie, nadat zij haar reformatorisch beginsel, de H. Schrift als Gods Woord als principium theologiae hééft prijsgegeven, feitelijk de tering heeft gekregen .en als theologie zich nooit weer heeft kunnen herstellen, is nog altijd onweerlegd." 2)

Wij moeten dus naar mijne vaste overtuiging hebben een theologie des Woords, d. w. z. zulk een theologie, die van de H. Schrift als Gods Woord als haar principium cognoscendi uitgaat. Dit is natuurlijk niet hetzelfde als een theologie der letter, een Schriftgeleerden-theologie. Het Woord Gods toch is, zooals we straks reeds hebben opgemerkt, „levend en krachtig". Het was dan ook voor de hervormers niet, zooals voor de Roomsche Kerk der middeneeuwen, een soort van doode reliquie, zooals Dr. Locher het in zijn dissertatie zoo juist heeft genoemd3), maar inderdaad een levend Woord. En in dit verband breng ik gaarne warme hulde aan die vele ethischen, die zoo zonder ophouden zijn opgekomen tegen een doode letter^

*) Gereformeerde dogmatiek, I, blz. 375 vv.

2) Vg. ook de fijne schets van den gang van heel het nieuwere denken in Joh. Wichelhaus, Die Lehre der H. Schrift, Stuttgart 1892, S. 190 ff, Die allmahliche Beseitigung der H. Schrift und die Herrschaft der Philosophie.

3) A w. blz. 100. Bij wijze van waarschuwing voor onzen mystieken tijd moge ik hier ook nog noteeren stelling XII van deze dissertatie: „Die mystiek, waarbij hoofddoel is zich onmiddellijk met God vereenigd te gevoelen, beschouwe men als een uitheemsch verschijnsel in het Christendom." Vg. het dwepen met Plotinus in onze dagen in theosophische kringen.

Sluiten