Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken aan middelen, die misschien 5 of 10 % der slachtoffers zullen helpen, maar daarbij tegelijk ook — bedoeld of onbedoeld — meewerken aan het heele „defensie"systeem? Ofschoon wij in een zaak, waar zooveel kanten aan zitten, elkaar moeten vrij laten — Kerk en Vrede schrijft hier niets voor —, is voor mij het antwoord niet twijfelachtig.

Komisch werkt 't bijna — als 't niet zoo luguber was — om de voorstanders van luchtbescherming, die meestal ook voorstanders van defensie zijn, te hooren zeggen: „Uit eerbied voor het menschenleven moeten we meehelpen." Ik ontzeg aan ieder, die meehelpt het defensie-, d.i. het oorlogssysteem in stand te houden, het recht om van „eerbied voor het menschenleven" te spreken! De oorlog, speciaal de moderne oorlog, beschouwt het vijandige volk als „te vernietigen stof" (Max Huber), als ongedierte, dat als ratten of sprinkhanen in massa verdélgd moet worden. Trouwens, waar — gelijk in den oorlog — de eerbied voor den mènsch tot nul wordt gereduceerd, wat voor zin heeft 't daar, om eerbied voor zijn léven te vragen? Dit is juist één der hoofdredenen, waarom wij geen enkel vergelijk met het oorlogswezen willen treffen.

God-loosheid.

De oefeningen en tentoonstellingen van luchtbescherming zijn echter niet alleen onnoozel en bedriegelyk. Ze hebben bovendien ook dezen moreel-fatalen kant, dat zij het volk bij voorbaat vertrouwd maken met het allergemeenste, dat menschen tegen elkaar kunnen uitdenken en uitrichten. De burgers wennen er aan, aanvaarden de gedachte, zij gaan eenvoudig-weg, als de meest van-zelfsprekende zaak, „rekening houden met de werkelijkheid" (gelijk men dat noemt), verzetten zich — ook in hun geest — tegen deze vuile werkelijkheid niet meer (ook aan de vuilste omgeving kan men wennen!) en verliezen daardoor hun blik op die hoogere Werkelijkheid, waarvan geweten en Evangelie getuigen en die alle andere werkelijkheid in haar waarde — en onwaarde — bepaalt. Wie onzer kan niet levendig meevoelen met hetgeen Prof. Bagaz, de oude, sociale strijder uit Zürich, na een bezoek aan een luchtafweer-tentoonstelling, onlangs neerschreef (aan dat bezoek was voorafgegaan een bezoek aan een tentoonstelling van de „Russische God-loosheid"):

„Toorn, maar vooral smart overvielen me, vernietigende smart, dat het feit van zulk een tentoonstelling überhaupt mogelijk was, dat het met ons menschen zóó ver gekomen is.

Sluiten