Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel meer. Hun dorst en honger naar genot, naar actie, naar de idealen van de toekomst is onverzadelijk. En gelukkig de ouders, predikanten, patroons, die dat alles in goede banen weten te leiden.

En wanneer nu die jonge menschen militair worden, verandert hun gemoed in dat opzicht niet. Het is niet de geschikte leeftijd om avond aan avond rustig in een kringetje te zitten, te dammen en een pijpje te rooken, een pijpje te rooken en te dammen, een koekje te eten en een spelletje domino te spelen, een spelletje domino te spelen en een koekje te eten.

En nu weet ik wel, dat in vele Tehuizen er althans iets gedaan is om aan die zucht van het jeugdige leven te voldoen, voornamelijk door de oprichting van een militaire jongelingsvereeniging — en ik waardeer dit al weer zeer. Alleen maar — inen heeft daardoor zonder noodzaak de militairen van hun burger-Jongelingsvereeniging afgehouden, en daarmee van den omgang met burgers; èn bovendien hebben niet alle militairen lust in zulk een vereeniging.

Mijn meening is dan ook, dat onze Tehuizen veel verdienste hebben gehad in het bewaren van de militairen voor de zondige wegen, maar dat ze te kort schieten in het positieve, en daardoor vooral te weinig aantrekkelijk zijn voor de meeste Christen-militairen en voor anderen.

Daarmede bedoel ik geen verwijt aan onze voortrekkers op het terrein van de Tehuizen. Die hebben gedaan wat ze konden doen, ja boven hun vermogen. En ze hebben in veel opzichten den juisten weg gevonden.

We kunnen hun niet dankbaar genoeg zijn, dat ze in die moeilijke tijden, vaak onder veel verguizing en smaad, onze baanbrekers geweest zijn.

Maar de tijden zijn veranderd. Vroeger hadden we een legervan meest beroepsmilitairen, waarin weinig gegoede burgerjongens waren. En tegenwoordig hebben we door den persoonlijken dienstplicht / een leger van burgers. Daarom moeten de bakens nu verzet worden. J

We mogen niet tevreden zijn wanneer we de militairen in die gewichtige jongelingsjaren bewaren voor bordeel en kroeg, voor veel zonde en ongerechtigheid, maar we moeten hooger mikken. We moeten hen in die kostelijke maanden die ze aan ons toevertrouwd zijn, veel geven, op geestelijk en maatschappelijk gebied. Hun jeugd, hun tijd van voorbereiding voor het leven is zoo kort. En van die korte jeugd verkeeren ze een betrekkelijk langen tijd in het garnizoen. En die mag niet onnut voorbijgaan. Hun belang-

Sluiten