Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dienst van Christus beteekent leven uit het geloof, naar het gebod van God en tot Gods eer. Dit leven is een dienst in liefde en recht. Deze twee mogen van elkander niet worden losgemaakt. Het recht moet heenwijzen naar de gerechtigheid en de gerechtig" heid naar de liefde. Wij mogen echter niet uitsluitend over een dienst in liefde spreken, omdat wij leven in een zondige wereld en ook zelf zondaren zijn.

De Kerk is één in Jezus Christus. Als de ééne Kerk (Una Sancta) heeft zij haar werk te doen. Zij alleen is het, die de ware gemeenschap mogelijk maakt. Zij is het eveneens, die ons daardoor in staat stelt in het geloof te getuigen van de eenheid van de verdeelde menschheid.

De nationale geledingen der Kerk hebben met het volk mee te leven in wel en wee, doch zich nimmer te beschouwen als Kerk van het volk. Zij zijn Christus' Kerk vóór het volk. Het heil van het volk moet zij boven alles zoeken in zijn gehoorzaamheid aan Gods geboden, in zijn verbondenheid met het Evangelie. Alleen op deze wijze kan een nationale kerk de gemeenschap met de Una Sancta bewaren.

Het leven in deze wereld kan de Kerk slechts beschouwen als een ,,interim". De gedaante dezer wereld gaat voorbij en wij verwachten naar Gods belofte een nieuwen hemel en een nieuwe aarde. De Kerk leeft in en uit de verwachting van het Koninkrijk, dat komt. De komst van dit Koninkrijk beteekent het oordeel en de overwinning van God. Wij zijn zeker van de komst van dit Koninkrijk in het geloof in den levenden Heer. Zoo is de Kerk ook de gemeenschap van hen, die leven uit de verwachting van de komst van het Koninkrijk. Heel het leven van hen, die tot de Kerk behooren, moet worden geleefd uit deze verwachting. Het Koninkrijk Gods is het einddoel van alle gebeuren, het einddoel, dat God stelt en waarop daarom in laatste instantie alles zich heeft te richten.

2. Onze verantwoordelijkheid voor oorlog en vrede.

De bovenstaande inleidende beginselverklaring omschrijft in het algemeen het standpunt, op grond waarvan de opstellers van dit rapport tot de hier volgende beschouwingen zijn gekomen. Waarom tot bestudeering van het oorlogsvraagstuk wérd besloten, behoeft niet veel toelichting. Het feit, dat in verschillende landen oorlog

Sluiten