Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld. In het Nieuwe Testament wordt dit niet meer teruggevonden omdat hier alle aandacht in het ééne centrale punt, Jezus Christus, onzen Heer, is geconcentreerd. In zekeren zin heft de verhouding tot Hem alle aardsche verhoudingen op, ook die van man en vrouw, van het gezin, dus ook die van het volk. In deze opheffing ligt echter tegelijk hare erkenning. Het volksbestaan als zoodanig is slechts een middel, maar een middel, dat God gebruiken wil voor de verwezenlijking van Zijn doeleinden. In deze ondergeschikte rol kan het volksbestaan tot een zegen zijn. Wanneer de Bijbel dus volken als een eenheid, als waren het personen, noemt, kan dit niet tot een mythologische of mystieke volksvereering leiden, omdat het middel geen doel mag worden.

Wat houdt echter de zegen in, dien God ons door middel van ons volksbestaan wil geven en die voor ons het volksbestaan tot een verantwoordelijk te beheeren goed maakt? Het is in dit verband natuurlijk niet zonder belang, dat een volk kan wijzen op bepaalde eigenschappen, een bepaald volkskarakter; zelfs de natuurlijke rijkdom of de historische voorspoed van een volk mag als een zegen van God worden gezien. De Bijbel aanvaardt het volle leven als zulk een zegen: „Wat is de mensch, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des menschen, dat Gij hem bezoekt? En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eere en heerlijkheid gekroond?" Maar ook voor een volk geldt het Evangeliewoord: „Wat baat het een mensch, zoo hij de geheele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?" God geeft ons echter in het wezen van ons volksbestaan een grooter zegen, welke hierin bestaat, dat een volk niet alleen een eenheid, als het ware een persoon, is, maar dat het tevens een veelheid, een gemeenschap is, een beschermenden kring rondom ons menschen kan vormen. Binnen de sociologische groep, waar men door eenheid van geschiedenis en cultuur op elkander is aangewezen, groeien door allen gerespecteerde gewoonten en rechtsregels; aldus is het volksbestaan de beste voorwaarde voor een hechten en rechtvaardigen staat. En in den staat, die recht binnen zijn kring handhaaft en beschermt tegen willekeur en geweld, zijn lijf en goed, het bloote menschelijke bestaan, tot op zekere hoogte beveiligd tegen het kwaad, dat de menschen elkaar sedert Kaïn en Abel aandoen. De Bijbel kent de beteekenis daarvan; wanneer de profeet Elisa aan de Sunamietische vrouw, die hem

Sluiten