Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boorte uit de Maagd noemen ze een immoreele geschiedenis. De klem wordt gelegd op de Goddelijke waardij des menschen (o sterveling, gevoel uw waarde 1). Geëischt wordt „Treue gegen das naturverankerte göttliche Selbst". Ontrouw aan zichzelf is de zonde tegen den Heiligen Geest. Zonde is minderwaardigheid, schuld, onvolkomenheid, tekortkoming (Unzulanglichkeit). Het O.T. met zijn heteronoom denken beteekent de dood voor alle echte zedelijkheid. Verworpen wordt de Joodsche Wet met haar loon en straf. Ook het zoenoffer van Christus is ruwe Joodsche voorstelling. Rechtvaardiging, genadeleer en de overige leeringen van 't Christendom zijn voor hen van geringe beteekenis. Jezus is niet Lam Gods maar held. Men moet gelooven aan de mogelijkheid van de volmaking des menschen. Gesproken wordt van een hemelsladder van Duitsche mannendeugden. Dat noemen zij „Luthersche Auffassung". Dan had De Lagarde toch scherper gezien.

De meeste dezer gevoelens komen ons niet onbekend voor. 't Zijn echte klanken der links-moderne theologie. Nieuw is alleen, dat de plaats, die in de orthodoxe dogmatiek door den Satan ingenomen wordt, hier aan 't Jodendom wordt toebedeeld, en wat men belijdt, wat goed is, is Duitsch. Dezelfde lijnen worden getrokken door den populairen, door zijn „Bergpredigt" bekenden Johannes Müller.

Nu wachte men zich voor de opvatting, dat allen, die onder den naam „Duitsche Christenen" optraden, dat alles voor hun rekening namen. Hitier, de leider, wil zich aansluiten bij positief Christendom, Roomsch of Protestantsch. De Duitsche Christenen, Ludwig Müller, Hossenfelder enz. wilden de Belijdenissen der Kerk niet aantasten. Ze wilden ze alleen verscherpen en er afzonderlijke veroordeeling aan toevoegen van Mammonisme, Bolschewisme en „onchristelijk pacifisme". Of ze daarnaast een Christelijk „pacifisme" aannemen, dat volgens hen dan wel door den beugel kan, is moeilijk te zeggen. In elk geval vrees ik, dat de mannen van „Kerk en Vrede" 't bij hen niet goed zouden hebben.

Ik vond de volgende formuleering van het verschil tusschen „Deutschkirche" en „Duitsche Christenen", van eerstgenoemde zijde: „De Evangelische Kerk in Duitschland stelde er tot dusver prijs op, te gelden als kerk der neutraliteit, streng neutraal tegenover den partij enstaat, zooveel mogelijk neutraal tegenover alle politieke en staathuishoudkundige vraagstukken, neutraal in den zin van inter-

Sluiten