Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

innerlijk onderdrukken, maar ik kan wel probeeren, als ik sta voor een practische uiting van die zelfzucht, die daad te vermijden. In het centrum kan ik weinig beginnen, aan de peripherie heb ik nog eenige mogelijkheid.

Als ge innerlijk verward en verwrongen zijt, begin dan in het concrete, dcgelijksche leven anders te doen. Voelt ge dat ge iemand bedrogen hebt, oneerlijk tegen hem geweest zijt, belijd het en neem het terug. Voelt ge dat ge hatelijk en scherp waart tegen uw bediende, uw man, uw vrouw, belijd het en neem het terug. Voelt ge, dat ge veel te weinig in uw naaste omgeving van Christus getuigt, doe een, desnoods onhandige, poging om het te volbrengen. Bij alle moeheid en zwakheid is er toch ook in U verborgen de behoefte om gezond te worden: toon dat in de nuchtere praktijk van eiken dag. Begin in alle geval in het concrete.

Dat is ongetwijfeld het geheim geweest van den enormen invloed die er uitging van Johannes den Dooper, dat hij zoo concreet was. Hij wist wat hij zeggen moest tegen een soldaat en een tollenaar. Johannes wist ook wel dat het leven der bekeering in een soldaat nog heel wat meer inhoudt, dan zich te vergenoegen met zijn bezoldiging, maar hij wist ook dat in dat punt zich de bereidheid om in Gods wegen te gaan, in hem zoo duidelijk openbaren kan. Daarom heeft hij zoo'n houvast gehad aan de zielen van duizenden.

En Jezus zelf werkt ook telkens weer, in zijn omgang met de menschen, naar het concrete heen. Als Hij te doen krijgt met den rijken jongeling, die innerlijk vast zat in een complex van onuitgevochten problemen, dan stelt Hij hem voor den nuchteren eisch: verkoop al wat ge hebt. Let er op hoe concreet Hij in de Bergrede het leven van het Koninkrijk der hemelen schildert. Let er ook op hoe Hij een Thomas, dien diepen, somberen twijfelaar, heel concreet en reëel terecht wijst (Joh. 20 :27) en aan zichzelf ontdekt.

Jezus is in heel zijn optreden tegenover de menschen ook altijd door en door concreet. Hij weet ook wel dat de problemen in het menschenhart vaak veel dieper liggen, dat er in den mensch groote innerlijke verwarringen kunnen wezen, maar het is van zoo onnoemelijk groot belang wanneer een mensch begint met zijn voeten te zetten in Gods spoor, en in heel kleine, misschien nog heel gemakkelijke en nuchtere dingen laat zien dat hij gaan wil in den weg des Heeren. Wij staren ons vaak blind op de groote.

Sluiten