Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij gaan er daarbij van uit, dat iemand gaarne de omgang met God dagelijks kennen zou en dat in zijn hart de vraag leeft: „Heere, toon ons den Vader." Het is natuurlijk ook mogelijk dat het anders is, en hij maar al te zeer redenen heeft om het persoonlijk contact met den bijbel te vermijden. Er zijn er immers ook, die niet durven stilstaan en hun leven in de eenzaamheid naast het Woord en de eisch van God leggen, en daarom maar voorthollen van het ééne boek naar 't andere, of zelfs van de ééne Christelijke actie naar de andere. Altoos treft gij weer een mensch, die op de vlucht voor zichzelf is, omdat hij eigenlijk op de vlucht is voor God.

Dat zulken den omgang met den bijbel vermijden is heel begrijpelijk, maar onbegrijpelijk is, dat zij, die oprecht God zoeken en waarlijk voor Hem begeeren te leven, Hem niet dagelijks daar zoeken, waar Hij Zich vinden laat, en dat zij hun opgroeiende kinderen den bijbel niet meer in handen drukken. Zooals de bekeerde tollenaar Levi niet allereerst veel zei tot zijn vrienden-inhet-kwaad, maar hen tegelijk met Jezus bij zich noodigde, zeker dat dit hen zegenen zou, zoo moeten wij onze opgroeiende kinderen bij den bijbel brengen en dan met Jezus alleen laten, dat zal hen zegenen.

Wat is dat immers veel anders dan dat lezen bij stukjes en brokjes aan tafel in 't gezin, als men zoo heel die geschiedenis van Israëls tocht door de woestijn eens achter elkaar doorleest, of een deel van die boeken der Koningen, of zulk een brief van Paulus. Zeker, wij hebben gezondigd gelijk onze vaderen, en wij zijn gedurige zondaren als zij, die Gods geduld aldoor weer op de proef stellen, en Hij is genadig en groot van lankmoedigheid.

Als onze jonge menschen dicht bij den bijbel leven, dan zullen zij ervoor bewaard blijven, de vaderen hoogdravend te verheerlijken: 't is God alleen, die Zijn werk in stand houdt. En dan zullen zij, wat zij wellicht nog meer noodig hebben, ervoor bewaard worden om zoo gemakkelijk die Christenen te veroordeelen, waar zij wat kwaad van zagen. Dan leeren zij immers van alle menschen afzien en alleen aan Gods barmhartigheid zich toe te vertrouwen. Dan zullen zij al lezend ook in aanraking komen met de diepste en leelijkste zonden van het leven, en toch zal dat realisme hen niet deren, integendeel het zal hen waarschuwen, want de zonden der menschen worden hier gelegd onder 't oordeel van de heiligheid Gods. Dan zullen zij aan zichzelf ontdekt worden, maar ook aan wat Gods Verbond voor de zijnen beteekenen wil.

Bijbel en gebed.

Zoo zullen zij ook leeren bidden. Waar leert gij dat zóó als in de Psalmen? Daar spreekt telkens een mensch uit wat hij aan God heeft. Een mensch van

Sluiten