Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zekerheid van Christus den Heer, gelijk Psalm 2 ons leeren zal.

DE KONINGEN DER AARDE STELLEN ZICH OP, EN DE VORSTEN BERAADSLAGEN TEZAMEN TEGEN DEN HEERE EN TEGEN ZIJNEN GEZALFDE, ZEGGENDE: LAAT ONS HUNNE BANDEN VERSCHEUREN, EN HUNNE TOUWEN VAN ONS WERPEN.

De koningen der aarde, die zich heden ten dage opstellen, zijn deels geen koningen meer in den ouden zin van het woord. De mystieke wijding van dit ambt is niet op hun hoofd. De „gratie Gods", die grond en die grens van het koninklijk gezag, is, zoo zij al hun deel geacht moet worden, niet langs den rechten weg tot hen gekomen. Maar wij moeten het onderscheid tusschen geboren en selfmade koningen niet grooter maken dan het is. Wij moeten ook dit in het licht van het Woord blijven zien. Ook de geboren koningen kunnen zich opstellen tegen den Heere en tegen Zijn Gezalfde; en dan helpt het hen niets, dat de mystiek van het ambt wèl op hun hoofd is, want daarvoor gaat het oordeel Gods niet opzij. David raakt niet aan Saul, maar de Heere had hem verworpen. En aan den anderen kant heeft alle overheid, die er eenmaal is, haar opdracht en dus haar gezag van God, ook al weet zij dit niet en zelfs al erkent zij het niet. Maar met dat zij haar gezag aan God ontleent, staat zij ook in Zijn oordeel.

Sluiten