Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrekken. Vergelijkt gij daarmede hetzelfde verhaal bij Johannes, dan wordt Joh. 6 vs. 14, 15, de noodzakelijkheid van dien dwang, welken de Heer aanwendde, verklaard.

Houdt de Christelijke Bijbellezer deze en soortgelijke wenken onder het oog, hij zal veel nut uit het lezen der Heilige Schriften kunnen trekken. Hoe meer hij zich dan dagelijks daarin oefent en deze met toepassing op zijn eigen hart en leven onderzoekt, hij zal ervaren, dat de Bijbel eene goudmijn is, die steeds meerdere schatten oplevert, naarmate men aanhoudender, dieper en met een heilbegeerig, kinderlijk gemoed, de onuitputtelijke goudaderen naspeurt.

Wij voegen, bij de reeds genoemde hulpmiddelen tot onderhouding en bevordering van ons Christelijk leven, ook nog huiselijke en openbare Godsdienstoefening.

De eerste bestaat daarin, dat wij of alleen of met onze huisgenooten, de Heilige Schrift lezen, danken en bidden en voor zoo ver dit kan plaats hebben, Gode lof zingen. Hoe wordt daardoor het huisgezin dagelijks geheiligd tot eene kweekschool voor den hemel, de liefdeband der huisgenooten versterkt, de waarneming der pligten gemakkelijker gemaakt, het vruchtbaar kerkgaan bevorderd! Daarom drongen reeds de Apostelen er gedurig op aan, gelijk Paulus, Coloss. 3 vs. 16; Efez. 5 vs. 19. En gelijk de Christen voor zich zei ven aan uitdrukking van zijn godsdienstig leven behoefte gevoelt, zoo is dat ook eene behoefte voor de gemeente. Van hier de inrigting der openbare Godsdienstoefeningen, waarbij de gemeente zich vereenigt, om God gemeenschappelijk te verheerlijken, uit het Evangelie kracht te ontleenen tot een den Vader geheiligd leven, handreiking te doen aan de armen, en onder alle omstandigheden troost en bemoediging op te zamelen. Is dat het heerlijk doel der openbare Godsdienstoefeningen, dan begrijpen wij .waarom de Apostel de bede doet hooren : „ Laat ons onze onderlinge bijeenkomsten niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben," Hèbr. 10 vs. 25; dan erkennen wij, hoe goed de gewoonte van onzen Heer was, om op de Sabatdagen, met de gemeente, in het huis des gebeds zamen te zijn. Daar is zooveel, dat ons in het dagelijksche leven van God aftrekt, zullen wij dan niet, vooral den eersten dag der week

Sluiten