Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds Paulus aan de geloovigen te Pilippi: „ Verblijdt u in den Heer allen tijd; wederom zeg ik u: verblijdt u!" Klip. 4 vs. 4.

En in waarheid, zou het voor den in zich zei ven zoo kortzigtigen, ligt dwalenden mensch, geene oorzaak van groote blijdschap zijn, dat hij in Christus tot de kennis der waarheid is gekomen, dat hij de waarheid verstaat, door de waarheid vrij is gemaakt van onrustwekkende dwalingen, schadelijk bijgeloof, zielverdervend ongeloof, Joh. 8 vs. 31, 32. Zou het voor den schuld gevoelenden en dagelijks nog in velen struikelenden mensch geene oorzaak van groote vreugde zijn, dat hij zich in Christus bewust is van zijn deelgenootschap aan de vergeving der zonden, dat hij vrede heeft met God, dien hij lief heeft als zijnen Vader, terwijl hij lust en bekwaamheid in zijn binnenste gevoelt tot al wat goed, edel, rein en lofwaardig isP- Daarop maakten de Apostelen reeds in de krachtigste bewoordingen opmerkzaam, 1 Joh. 2 vs. 12. Eom. 5 vs. 1. Filip. 4 vs. 13. Zoo rust reeds hier op aarde, uit den aard der zaak, Gods zegen op het Christelijke leven. Wij moeten daar nog bijvoegen, dat de Christen zich reeds in hope zalig gevoelt, Eom. 8 vs. 24.

Gelijk God zalig is, door bestendig en op goddelijke wijze, licht, leven, en zegen alomme te verbreiden; gelijk Jezus zich zalig gevoelde in de bewustheid van steeds werkzaam te zijn tot beil der gansche menschheid; zoo gevoelt ook de Christen iets van die hooge gelukzaligheid, door, naar de mate van zijne krachten, ijverig bezig te zijn, om ongelukkigen te helpen, treurenden te vertroosten, afgedwaalden te regt te brengen, en liefde te oefenen in ruimeren of engeren kring.

Wel is hij niet bevrijd van 's levens rampen. Zij treffen hem dikwijls op eene zeer gevoelige wijze. Maar hij beschouwt ze met een geheel ander oog, als de dienaar der wereld. Deze wordt er door neêrgedrukt, beschouwt ze als straffen Gods, en neemt er niet zelden aanleiding uit, tot morrend ongeduld, tot het berispen van Gods daden, en vervalt, zoo ze aanhoudend zijn of hoog klimmen, tot wanhoop. Maar de Christen erkent de rampen en tegenspoeden, als de noodzakelijke opvoedingsmiddelen, die Gods wijsheid

Sluiten