Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen kunt en al die dingen zullen u in het hoogste worden toegeworpen, d. i. bijgezet als van minder waarde. In de gave van het hoogste ligt de zekerheid van de gave van het mindere. Immers, wü moeten vóór elke bede van het „Onze Vader", plaatsen „Onze Vader". Vader, uw Koninkrijk kome. Het Koninkrijk dus om hetwelk wü bidden, is het Koninkrük van Hem, den Hemelschen Vader, die Zün eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven, en die ons ook met Hem alle dingen schenken zal.

Uw Koninkrijk kome!

Wat is dat: „Gods Koninkrijk"?

Hier in deze bede is het niet: „de heerschappü, die de Almachtige oefent over al het door Hem geschapene." In dezen zin komt het voor in den 478ten Psalm: „Want de Heere, de Allerhoogste is vreesehjk, een groot Koning over de gansche aarde." Of in den 103den Psalm: „de Heere heeft Zijnen troon in de hemelen bevestigd en Zün koninkrijk heerscht over alles." Maar het moet hier worden opgevat in zedelüken zin, als de kring, namelijk, de sfeer, waarin God als Koning wordt erkend en Zün wil als richtsnoer des levens wordt beleden.

Dat Koninkrijk wordt in zün verwerkelyking in de OudTestamentische bedeeling verwacht.

„Verheug u zeer, gü dochter Sions, juich, gü dochter Jeruzalems, zie uw Koning zal tot u komen", zoo klinkt de laatste toon der stervende profetie.

En wat in die dagen als „te zullen komen" werd verwacht, wordt door Johannes den Dooper als „komende" gepredikt. Immers dit was de inhoud van de boodschap van den boetprediker aan de Jordaan: „het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen".

Sluiten