Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De doorbraak van Gods koninkrijk in het leven van mijn naaste gaat me evenzeer ter harte als die in mijn leven. En de twistzaak van mijn naaste en de schuld van mijn broeder heeft alles te maken met de komst van Gods Rijk. En juist dat Rijk van God is mij het één en al geworden. In dat licht zien we nu alles. Ook de schulden van

onze broeders en van onze vijanden. „Gelijk ook wij " trekt ons

uit ons eigen kleine leventje, breekt alle kleinzieligheid, maakt een mensch groot van levensstijl, doet hem koninklijk de omstandigheden beheerschen, omdat hij profetisch buigt onder Gods Woord en priesterlijk zich offert voor de zaak des Heeren.

„Gelijk ook wij " betrekt God in al onze twistzaken, en laat

God het eerste en het laatste woord, bedekt daardoor menigte van

zonden. „Gelijk ook wij " verlost ons van ons tyrannieke „ik"

en stelt ons in de vrijheid van het kindschap Gods en neemt van ons af de ondragelijke last van onze belangrijkheid. „Gelijk ook

wij ", ja, daarin krijgt onze hemelsche Voorbidder gestalte. Die

verzocht is geweest in alles (ook in Zijn twistzaken en in Zijn gelijk hebben tegenover ieder en alles!), doch zonder zonde. Zoo gaan wij als na-bidders van onzen Hoogepriester, voor alle schuldigen voor-bidden.

Eiken dag.

Bornhauset wijst er op in zijn „Die Bergpredigt", (pag. 159) dat de Fariseeërs hun vergevensgezindheid zeer beperkt hadden zoowel in het aantal malen vergeven als ook wat het voorwerp van de vergeving aangaat. Hun hef de en daarmede ook hun gerechtigheid was spoedig aan het eind. Daarom verwacht Christus quantitatief en qualitatief een „betere" of „overvloediger gerechtigheid" van zijne discipelen dan die der schriftgeleerden en fariseeërs. Zij vergaven maar een enkele keer en dan speciaal huns gelijken. Dat het gebod der hef de en schuldvergeving ook een heiden en tollenaar zou gelden, drong tot hen niet door. En Petrus vond het al heel mooi van zich zelf, dat hij zijn broeder zeven maal wilde vergeven. Een heilig getal. Doch de heiligheid van Gods koninkrijk is niet in getallen ui! te drukken. Daar is het ontelbare en het onbegrensde. Hoe zou Godc

Sluiten