Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En indien wij ons stellen voor de derde vraag: hoe verliezen wij ons booze hart? dan komen wij ook daar tot hetzelfde resultaat. Het is dwaasheid, dat wij in staat zouden zijn onszelf radicaal te verbeteren totdat wij als volmaakte heiligen rondwandelen. De heiligheid ligt niet op de straten, en het is merkwaardig dat wij, hoemeer wij ernaar jagen, bemerken, dat wij er oneindig ver van af zijn. Men moge zich al hoeden voor groote en uibrekende zonden, maar dat hart, dat hért! Wat al vuile, wat al onedele, wat al leugenachtige gedachten stormen daar doorheen! Wij moeten vinden den heerlijken Christus, den Koning der zielen. Het moet eert schreeuw, een kreet uit ons hart wezen : regeer ons. bestuur ons! O. God, in Uw kracht, help mij! Wij kunnen niet wandelen den langen en moeizamen weg der heiligheid, wij kunnen onszelf ook niet geheel veranderen, wij moeten veranderd worden, ons laten veranderen. Het kan wezen dat wij, wanneer wij in levensaanraking met Christus komen, kracht in ons voelen. „Ik dan leef niet meer, maar Christus leeft in mij". De groote daad, die de redding moet brengen, is de overgave, het willen ontvangen, het luisteren.

Met andere woorden, de groote verlossing ligt niet in groote werken, niet in grooten ijver, maar in de alles-beheerschende en nederige daad van de overgave. Daar ligt het geheim van alle behoud. Zoodra die overgave principieel geschied is, staat God weer in het middelpunt van het leven. God is het die ons zoowel de kennis, als de gerechtigheid en de heiligheid weer schenken moet. Deze

Sluiten