Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodem des harten eene waarachtige vreeze Gods, eene ware verbrijzeling, ongehuichelde eerbied en diepe schaamte.

Al wie naar de wereld bedroefd is, wil genade en zonde; al wie naar God bedroefd is, wil algeheele genade, niets dan genade, vrije genade en verlossing van zonde en kwijtschelding van schuld op grond van eeuwig recht. De eerste laat zich spoedig door menschen troosten, met den ander heeft God Zelf moeite, om hem getroost te krijgen; de eerste trekt zich terug, als het op vrije genade en op geheele overgave van zichzelven met alle zonden, en van de wet met hare werken aankomt; de ander lacht te midden van de droefheid en van het geween, zoo er maar een straal gezien wordt van de genade van Jesus Christus, van de gewilligheid van den Borg, om ook voor zijne ziel in te staan met Zijne borggerechtigheid, en ook zijne ziel te zuiveren en te heiligen met Zijn bloed en Zijnen Geest. De eerste vindt droefheid en heeft veel op met zijne tranen, hij is bedroefd en weet ook wel waarom; de ander is bedroefd over gebrek aan verslagenheid, klaagt over het steenen hart, en dat de oogen niet leken willen en het hart niet breken wil; weet nauw, dat hij bedroefd is, verwerpt zijne tranen, weet menigmaal zelf niet, waarom de ziel zoo diep bedroefd is, weet alleen, dat hij den Heere mist en Dien naweent. De droefheid des eersten duurt niet lang, die des anderen is eene blijvende op den grond des harten, en gaat in eene bestendige verootmoediging voor den Heere over, en hoe meer licht van genade, hoe meer dorst naar genade, en hoe meer vervuld met genade, des te meer vervuld met verootmoediging en met hoop op genade, zelfs in hopeloosheid. De eerste laat los, als hij de vervloeking verneemt; de ander buigt zich onder de vervloeking, erkent zich dezelve waardig, doch laat nooit los; de eerste verheft zichzelven bij gestolen troost, de ander verheft den Heere alleen bij het opvangen van een kruimpje van des Heeren tafel. De droefheid naar God zegt: „Als ik U maar heb". (Ps. 73 : 25 naar Luther.) Zoo is dan de droefheid van den

Sluiten