Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste bij gelegenheid van het gemis van wereldsch genot, en die van den laatste uit liefde tot de heiligheid Gods en vanwege gemis dezer liefde.

II.

Nadat wij het een en ander geantwoord hebben op de vraag, hoe diegene gesteld is, die bedroefd is naar de wereld, en hoe diegene, die bedroefd is naar God, antwoorden wij op de andere vraag: Hoe is het schijngeloof werkzaam en hoe het zaligmakende?

„Ten andere", zegt ons Formulier verder, „onderzoeke een iegelijk zijn hart, of hij ook deze gewisse belofte Gods gelooft, dat hem al zijne zonden, alleen om het lijden en sterven van Jesus Christus, vergeven zijn; en de volkomene gerechtigheid van Christus hem als zijne eigene toegerekend en geschonken zij; ja zoo volkomen, alsof hij zeifin eigen persoon voor al zijne zonden betaald en.alle gerechtigheid volbracht had". Wat hier het Formulier zegt, stemt volkomen overeen met Vraag én Antwoord 56, 59, 60 en 61 van den Heidelbergschen Catechismus. Het is het geloof des harten en de belijdenis des monds: In Christus ben ik voor God rechtvaardig en een erfgenaam des eeuwigen levens. Mijne consciëntie beklaagt mij, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen derzelve gehouden heb, ja, dat ik nog steeds tot alle boosheid geneigd ben; evenwel en nochtans geloof ik en kan wegens mijnen grooten nood niet anders dan gelooven, dat God nochtans, zonder eenige mijner verdienste, uit loutere genade mij de volkomene genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik al de gehoorzaamheid, die God in Zijne Wet van mij eischt, volbracht, welke Christus voor mij volbracht heeft. Dat neem ik arme zondaar, vertrouwende

Sluiten