Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

borst slaan en een zuchten uit een waarachtig hart: „God, wees mij zondaar genadig!" Aan genade heeft het genoeg, met minder kan bet niet toe. Het gelooft, en zucht evenwel: „Kom mijn ongeloof te hulp I" Het strijdt eenen harden strijd, om voor zichzelven verzekerd te zijn en te blijven van de gewisse beloften Gods. Het verheugt zich, dat al die beloften ja en amen zijn in Cristus Jesus, den Heere. Het geeft geenen kamp, al laat het ook schijnbaar alles los. Het is vergezeld van hoop en liefde, en zoo blijft er altijd eene worsteling des harten, totdat het zekere vertrouwen weder herleeft, de hoop weder door kristallen vensters ziet, en de liefde zich op saffieren gegrondvest vindt! Welk een storm vaak in het hart, welk een duizendmaal herhaald „ja maar!" en welk een kamp, om juist bij de gewisheid, hoe de zaak bij God ligt, er telkens weder toe te komen, met zekerheid voor zichzelven, door den troost des Heiligen Geestes te kunnen zeggen: „Ja ook voor mij, ook voor mij zal de Heere het voleindigen; ook mijne zonden heeft Hij alle genadiglijk vergeven!" Hoe is het zoo gedurig weder blootgesteld aan de bestrijding, dat het al weder vraagt: „O, is het ook voor mij waar? zou waarlijk de Heere ook aan al mijne zonden niet meer gedenken?" Welk een lachen, zooals Sara lachte: indien dat zoo waar mocht wezen; en welk eene zieleblijdschap, als men opnieuw en weêr opnieuw en telkens opnieuw van zijne zonden gerechtvaardigd, en verzekerd mag worden van zijn aandeel aan de zaligheid Gods, en het getuigenis des Geestes in zijnen geest bevindt, dat men om Jesus' wil een kind Gods en een erfgenaam des eeuwigen levens is en dus eeuwig blijven zal. Ja, het is telkens vernieuwde blijdschap, bij alle verzekerdheid te mogen proeven en smaken, dat de Heere goed, dat Hij vriendelijk is, dat Hij Zijn Aangezicht zoo goedgunstig over eenen aardworm, over eenen hel- en verdoemeniswaardigen zondaar laat lichten, tot verheerlijking van Zijnen grooten en aanbiddelijken Naam. Daarin alleen heeft het ware geloof rust, en daarvan alleen smaakt het zieleblijdschap, dat het alle

Sluiten