Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(!>)' ,,'Pner — ingenio mine lepido èt'felice"; .schrijft Emmhm, „ct jam turn ad gravitatem quaudam pueTilem composita." (Een knaap, die aan vernuft en gevatheid van geest, toen ook reeds een lekeren kinderlijken ernst piBrle.) Ia korten tijd maakte hij zich de beginselen van de latijnsche ;taal eigen.

(6) Ilij kwam daar te'huis bij "zijn oom, Egbeet Alting, die geheimschrijver der stad was, en werd er leerling aan de bekende Sint-Maartensschool, aan wier jjhoofd toen [nog de beroemdo Eegnerüs Pkaedintüs stond, de man, die, hoewel geen kerkelijk', ambt bekleedende, zooveel tot bevordering van do zaak der Hervorming gedaan heeft, niet het minst zeker door zijn uitmuntend onderwijs. Men noemde hem den tweeden Ciceko, en het gerucht zijner geleerdheid had zich dermate verspreid, dat zelfs uit Duitschland, Italië, Polen en Spanje jongelingen naar Groningen kwamen, om er zijne leerlingen te worden. Ongetwijfeld zijn, onder de leiding van dezen verlichten man, onzen ;Menso 't eerst de oogen opengegaan over de diepe verbastering, naar leer en leven die destijds in de Christelijke Kerk was binnengedrongen, en werden gelijktijdig de eerste beginselen in hem gelegd van die meer evangelische ziens- en denkwijze, dan die hem als toekomstig priester betaamde. Voor dat priesterschap was, hij gewis reeds in den grond bedorven, Vn hij later, na Peaedinius'.'dood in 1559, de school van Groningen met die van Munster verwisselde. Ook daar kan hij onmogelijk veel hebben gevonden, wat hem het kerkelijk priesterambt van die dagen als een „treffelijk werk" kon begeerlijk maken. Beemd van Raesfeld, die daar toen den bisschoppelijken kromstaf voerde, een man zonder geestkracht of karakter, legde niet alleen de ook daar reeds doorgedrongen „nieuwe leer" geen hinderpalen in den weg, maar hielp zelfs door een' ergerlijken wandel den kanker voeden, die de hartader van het leven der Kerk had aangetast en verteerde, terwijl zijne domheeren, door zijn voorbeeld aangespoprd, hunne schaamteloosheid tot zoo ver durfden drijven, dat zij hunne bijzitten niet meer in' het geheim onder" hielden, maar ze openlijk voor hunne vrouwen lieten doorgaan, zonde ze evenwel te huwen, 't Zien én 't hooren van dit alles heeft er gewis niet weinig toe bijgedragen, om in Alting's vroom gemoed den reeds

Sluiten