Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LAATSTE BEDIENING IN 'T OUDE GEBOUW.

(Doleantiepreek). Ifllll

Zondag 6 Maart 1887 is het besluit van den kerkeraad in de gewone voormiddagdienst aan de gemeente bekend gemaakt.

Ds. Maan had als tekst Judas vers 3b: „Strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen is overgeleverd".

De Dienaar des Woords verklaarde de zin en de beteekenis van dien geloofsstrijd.

„Welk geloof wordt hier bedoeld?" Nief het zaligmakende, want dat kan niet overgeleverd worden.

Het geloof hier bedoeld is klaarblijkelijk: de geloofsinhoud, de leer des geloofs, de belijdenis. In denzelfden zin als in Hand. 6:7: „Een groote schare werd den geloove gehoorzaam" en in Gal. 1 : 22 en 23 waar sprake is van geloofsverkondiging, terwijl in 1 Tim. 4 : 1 sprake is van geloofsa/i;a/,

Waar de Heere niet laat varen de werken Zijner handen moer hier dus in den zin van geloofsèe/i/denis gedacht worden. Dit geloof is overgeleverd aan degenen die de leer der waarheid van harte omhelzen en aannemen en door belijdenis huns geloofs zich openlijk van de god-looze wereld afzonderen en inwendig door de wederbarende genade des Heiligen Geestes geheiligd zijn.

Aan deze zichtbare kerk op aarde is de leer des geloofs overgegeven. De Apostelen en Profeten hebben deze leer onmiddellijk van God ontvangen en daarna voor eens en altijd aan de geloovigen overgegeven. Trouweloos zou het zijn dit ons te laten ontfutselen. Opzieners moeten vrij mogen handelen door toepassing der kerkelijke tucht naar den eisch van Gods Woord. Vrij spreken doet alleen denken aan iemand die in moordenaarshanden gevallen is en het verwijt hoort: „gij moogt vrij spreken, ook u vrij beklagen, allerlei redenen aanbrengen tegen U aangedaan onrecht, maar wij voeren u aan handen en voeten gebonden met ons!"

En, loochent in het Hervormd Genootschap een prediker de Godheid des Heeren Jezus en de verzoening door Zijn bloed, dan kan een opziener, die onder de Synode staat, daar iets op grond van Gods Woord tegen zeggen, doch de prediker behoeft zich daarvan niets aan te trekken. Hem wordt niet de mond gesnoerd en zijn tractement hem niet ontnomen. En daartegenover: De kerkeraad van Kollum die in Gods kracht ondernam om ontheiliging van 's Heeren Nachtmaal tegen te gaan en aan inkomende belijders instemming met de 12 Art. des geloofs vroeg, is door de overheerschende macht van het kerkbestuur het kerkgebouw uitgezet.

Sluiten