Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KERK NU WEER GEREFORMEERD.

Zondag 6 Maart 1887 in Ambtelijken dienst vereenigd, kwam de boodschap tot de gemeente van Augustinusga dat de reformatie der Kerk aldaar begonnen was.

Het zou nu eerst worden een strijd.

De beteekenis van dien strijd voor de reformatie, de wapenen daarbij te gebruiken en het belang van dien strijd voor nu en later, was de gemeente door hun Herder en Leeraar voorgehouden. — Het volharden in dien strijd zou wel het moeilijkst blijken te zijn.

Nu wij achter dien strijd staan, kunnen we niet anders dan met groote verbazing en verwondering aanschouwen dat God de Heere der heirscharen dit reformatorische werk heeft gewerkt en in stand gehouden.

Eerst de moeilijkheden. Nu de Synodalen letterlijk alles voor zich opeischten, was er niets, in stoffelijk opzicht, van het oude overgebleven. Maar er moesten ook Kerkrechterlijke ordeningen plaats hebben. Allereerst met den diaken Dijksterhuis. Hem moest door den Kerkeraad en is namens dien, bij besluit der vergadering van 18 Maart, de vraag gesteld of hij overeenkomstig de thans Gereformeerde Kerk in zijn ambt wenschte te blijven. Het antwoord daarop was ontkennend en moest er dus wel tot schorsing van deze diaken worden besloten en verder het advies van de Classis (die toen bestond uit de Kerken Gerkesklooster, Buitenpost, Kollum, Reitsum en Anjum) worden ingewonnen. Tot correspondentie met andere Ned. Geref. Kerken werd besloten.

Diaken Folkersma zou in de eeredienst voorlezen en voorzingen, terwijl ouderling J. Veenhuizen mede zou collecteeren.

Het kosterschap zou gratis gedaan worden.

Onder deze omstandigheden vergaderde nu voor het eerst de gemeente van Augustinusga, op- en in anderer eigendom dan die hen door de vaderen waren nagelaten.

De burgerlijke overheid liet nu, anders dan in de jaren 1835— 1840, toe, dat er meer dan 19 personen samenkwamen (in de schuur naast het oude kerkgebouw kwamen de eerste Zondag meer dan 200 samen). Zij koos voor de Synodalen, daar deze bij monde van de Kerkvoogden politie-maatregelen vroegen om de goederen der vaderen voor de reformatoren te beschermen. Dit nu was heelemaal niet noodig geweest, le omdat de Gereformeerden geen verstoorders van orde en rust waren, maar dit alleen door een onwettigen in meerderheid modern Classisbestuur verondersteld was, en 2e omdat volgens het Reglement de overheid kon

Sluiten