Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaken, die ons gescheiden, zóó nietig, en wierd onze taak zóó machtig, dat wij dorsten naar uw gemeenschap".

De Christelijk Gereformeerden, wonende te Augustinusga, behoefden dus toen niet meer naar Drogeham en die van Surhuizum naar Surhuisterveen. Of ze er dadelijk gebruik van hebben gemaakt?

20 Nov. 1892 is Ds. H. J. Schoolland als predikant bevestigd en vertrokken 20 April 1913.

Ds. W. F. C. van Helsdingen is aan de kerken van Augustinusga en Surhuizum verbonden geweest van 24 Mei 1914—30Augustus 1925, terwijl de tegenwoordige Herder en Leeraar Ds. U. Buwalda, is bevestigd 6 Juni 1926.

De Geref. Kerken in de voormalige ring Kollum tellen thans plm. 9000 zielen, doop- en belijdende leden samen, waarvan ruim 4000 belijdend lid zijn.

De Kerk van Augustinusga staat bij de Regeering bekend onder no. 135.

In 1917 was het kerkgebouw te klein geworden en is op dezelfde plaats een meer doelmatige kerk gebouwd.

Zijn er nu 4 Kerken en drie kerkgebouwen in deze beide dorpen, behoorende onder de burgerlijke gemeente Achtkarspelen? Er zijn die het zoo opvatten. Maar dan is het een gevolg van de ongehoorzaamheid aan den wettigen kerkeraad, ongehoorzaam bovenal aan hun Koning Jezus Christus.

Het is geen onverdraagzaamheid die mij dit uit de pen doet vloeien, maar wij hebben den plicht, waar we op politiek en sociaal terrein zooveel samen hebben gedaan en nog kunnen doen, onze broeders en zusters, die nog onder menschelijke inzettingen buigen, toe te roepen: Broeders en Zusters, gij zijt ongehoorzaam !

Ons eigenlijk kerkgebouw wordt nu door de Hervormden gebruikt. Wij blijven klagen over onrecht. Neen, niet om de goederen zelf, maar om het recht. De kinderen zijn verdreven, de vreemden hebben het ouderlijk huis betrokken. Het gezin echter vormen ze niet. Dit huis is, om met Prof. Schilder te spreken, (De Reform. 15-3-35 no. 24) inmiddels een hotel geworden, het behandeld „den man" en de „kinderen" op gelijken voet als „den vijand" en de „vreemden". De moeilijkheden zijn groot en vele.

We zijn er aan gewend geraakt, het vraagstuk van de kerk speciaal te bezien als een kwestie van „meerdere of mindere zuiverheid".

Moge dit in de kerk als organisme steeds onder de leiding des Heiligen Geestes drijven naar de kerk als instituut.

Sluiten