Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot een Gereformeerde Kerk; tot een gereformeerde partij tot geen prijs."

Vooral is in dit verband treffend zijn beeld van „een hart op sterk water". Kuyper sprak namelijk op notarieele manier van de Belijdenis als een „accoord van kerkelijke gemeenschap". Dat was Hoedemaker veel te formeel, te koud en te dor. „De leer van het accoord", zoo zeide hij (Gedenkboek, blz. 88) „rukt de belijdenis uit het lichaam der Kerk. Uit die Kerk is zij geboren, in die Kerk wordt zij gedragen en gevoed... In een kranke Kerk nu leeft men niet uit en in de Belijdenis. Het baat niet of men haar opnieuw oplegt, onderteekent, aanvaardt. Dat kan huichelaars maken, dienaars van den vorm, zelfbedrog voeden, maar het geneesb niet. In het kabinet van den geneesheer staat een hart op sterk water. Het is niet nagemaakt, niet geboetseerd. Integendeel. Zóó ziet mijn harb er uit en het uwe. Kameren, wanden, bloedvaten, alles is in volmaakte orde. Wat ontbreekt eraan? Dat hart behoorde in een lichaam. Daar klopte het. Daar is het geworden, wat het is. Neem het eruit weg en gij hebt alleen den vorm van het hart over."

Zóó zocht Hoedemaker dan kerkherstel niet langs een gewelddadigen, geforceerden weg, allerminst langs den weg van gedisciplineerde partijschap, maar in geleidelijken weg en hij meende dien alleen te kunnen bereiken door reorganisatie, door het herstel der ambten. En tevens hoopte hij, dat een aldus vrijgemaakte Kerk weer het woord zou weten te vinden, zoo noodig óók door aanvulling of ook verbetering der Belijdenis, om te kunnen spreken tot de kinderen van dit geslacht.

Wij zijn overtuigd, dat wij nog maar zeer ten deele een beeld hebben kunnen geven van Hoedemaker's veelzijdige werkzaamheid en beteekenis. Wanneer wij ons een wijle daarin verdiepen, denken we onwillekeurig aan wat we lezen in 1 Cor. 12: „Er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere;

Sluiten