Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelezen: De Wet des Heeren.

Philippenzen 2 :1—11. Gezongen: Psalm 145 : 1.

Psalm 143 : 10.

Psalm 89 : 1, 8. Psalm 69 : 14. Psalm 32 : 6.

Broeders en Zusters in onzen He ere Jezus Christus,

Wij zijn deze morgenure in het Huis des Heeren onder de bediening van het Woord op een merkwaardigen Zondag. Wij hebben met elkander gevierd ons heerlijk Paaschfeest en onze bedevaart gedaan naar het geopende graf van Arimathea. Het evangelie is ons verkondigd dat onze Heere Jezus Christus uit de dooden is opgestaan en uit het graf verrezen. Wij hebben ingestemd met den blijden jubel: de Heere is waarlijk opgestaan!

En na dien blijden Paaschdag hebben wij, naar aloude usantie in het kerkelijk leven, nog enkele weken in de Paaschvreugde voortgeleefd, in de lichtsfeer van het geopende graf, overdacht de verschijningen van den opgestanen Heiland, die als Vorst des levens zich aan de Zijnen op onderscheidene tijden geopenbaard heeft, en van hen met het lichamelijk oog is aanschouwd.

Doch ook voor deze navreugde van het heerlijk Paaschfeest is een bestemde tijd. We worden weer opgeroepen van het geopende graf de reize verder te doen naar den Olijfberg, om den Heiland te volgen in zijn voortgaande verhooging, in zijn komen tot grooter heerhjkheid en glorie. Want Hij, die uit de dooden is opgestaan, zou op deze aarde niet blijven, voor Hem moest de hemel zich openen, voor Hem gold de waarheid: welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van alle zijne heilige profeten van alle eeuw.

Van het geopende graf moet het met goddelijke noodwendigheid naar den berg der Hemelvaart. En straks dalen we van den Ohjf-

Sluiten