Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Corinthe schrijft. In den brief aan de Romeinen handelt hij over den geestelijken dood door Adam en over het geestelijk leven door Christus. In den brief aan die van Corinthe beperkt hij zich tot den lichamenjken dood in en door Adam, en tot de lichamelijke opstanding door en in Christus. Maar wij mogen grijpen naar de eenheid der gedachten, want in en door Adam is over ons gekomen de geestelijke, de lichamelijke en de eeuwige dood, en in en door Christus hebben wij deel aan het geestelijke, lichamelijke en eeuwige leven bij den Heere onzen God.

Hier rijst een ernstige en gewichtige vraag: is het metterdaad zoo, dat, waar door Adam de dood over allen zonder onderscheid gekomen is, zoo ook door Christus het leven voor allen, hoofd voor hoofd, herwonnen is? Ge kent die vraag uit den Heidelberger: worden dan alle menschen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam verdoemd zijn geworden? En ge kent ook het ware en ernstige antwoord dat op die vraag gegeven wordt: neen zij, maar alleen degenen die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en alle zijne weldaden aannemen.

Men zegt, om dit te bestrijden, dat we in ons tekstwoord toch lezen dat ze in Christus allen levend gemaakt worden, gelijk ze allen door Adam sterven. Maar hier valt de nadruk niet op het woord „allen", want het betreft hier de wijze waarop dood en leven komen tot den mensch. Gelijk door Adam, alzoo ook door Christus. En ja, dan komt de dood tot allen die uit Adam zün, en komt het leven tot allen, die van Christus zün. Het is alsof de apostel het noodig heeft geoordeeld dit laatste met opzet en nadruk uit te spreken, want aan het slot zegt hü, ter afsnijding van alle misverstand: een iegelijk in zün orde, de Eersteling Christus, daarna die van Christus zijn.

Er is geen algemeene voldoening en verzoening. Er is geen Christus pro omnibus. In den naam Jezus ligt ook deze waarheid besloten, dat Hij zijn volk zal zalig maken. Het is alleen dat volk, dat zeggen mag: Hü is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hü verbrijzeld, de straf die ons den vrede aanbrengt was op Hem, en door zün striemen is ons genezing geworden, de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanloopen.

Ze zullen in Christus allen levend gemaakt worden. Bedenk het,

Sluiten