Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom, zóó vragen we al weder, brengt Christus hem dan toch niet ten onder? *Hij is immers geopenbaard om de werken des duivels te verbreken. Plaatsen als Jes. 11:4; 27:1; Openb. 20: 1, 2, leeren ons, dat de regeering van Christus inhoudt, dat Satan van het tooneel is. De Zon der gerechtigheid en de vorst der duisternis sluiten elkander als volstrekte tegenstellingen uit. Schijnt de eerste dan verdwijnt de laatste. Satan is nu nog niet onder voeten, maar boven ons in de lucht. Zie Ef. 2:2; 6:12. De moederbelofte is nog geenszins ten volle vervuld. Zie Rom. 16:20.

7. Er is, naar het mij voorkomt, een Messiaansche plaats in het O. T. dat ons voorspelt, dat de Messias bij Zijn eerste komst niet aanstonds de koninklijke heerschappij zou aanvaarden. In Dan. 9:26a lezen we: "En na twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor hemzelven zijn." Het uitroeien van den Messias is letterlijk bedoeld en letterlijk vervuld en zoo zal men ook deze laatste korte zinsnede letterlijk moeten vatten. De vraag is echter wat dit gezegde bedoelt. Deze woorden worden op zeer verschillende wijze vertaald en verklaard. Zooals het in onze Statenvertaling staat, laat men het veelal slaan op het borgtochtelijk lijden en sterven van Christus en dit is op zich zelf natuurlijk eene heerlijke waarheid, maar het is de vraag of dit hier geleerd wordt. Letterlijk staat er- doch met voor Hem. De bedoeling is kennelijk, dat er niets voor den Messias was. En als wij dan vragen in welken zin Hij.niets had dan moet daarop het antwoord luiden: Hij had geene heerlijkheid' geen koninkrijk, geen volk dat Hem als volk te voet viel Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen Sedert Hengstenberg vatten tal van verklaarders het aldus up dat Christus terstond na zijn dood nog niet het koninklijk bewind' over Israël en daarmede over de gansche wereld zou aanvaarden Het is van veel belang om met dit woord de vraag der jongeren te vergelijken: "Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?" Hand. 1:6. Vele verklaarders stemmen toe, dat deze vraag niet dwaas was, maar gebaseerd op het woord der profetie. Dan is de conclusie al weder onvermijdelijk dat dit koninkrijk nog in de toekomst ligt.

8. Het wordt ons in nadrukkelijke woorden verzekerd dat Christus thans nog niet alle dingen aan Zich onderworpen heeft In Heb. 2:8 lezen wij: "All dingen hebt gij onder Zijne voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij (God de Vader, n.1.) Hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niet uitgezonderd, dat Hem met onderworpen zij." Stond er nu niets meer dan dit, dan konden we vrij gaan zeggen, dat Christus heerschappij reeds vol-

Sluiten