Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

Historische Beschouwing.

Niet alleen buiten, maar ook in de Gereformeerde Kerken zijn al deze dingen meer dan eens geleerd, zonder dat men ze daarom vervolgd heeft met het kerkelijk recht. Ds. DuToit van Zuid Afrika schreef omstreeks een halve eeuw geleden reeds als volgt: "Jezus is nog niet Koning, heeft het Koninkrijk nog niet aanvaard. Het was een korte samenvatting van de profetien, beloften en verwachtingen des O. V., toen de Engel tot Maria zeide: "Gij zult een zoon baren, en gij zult zijn naam heeten Jezus. Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden, en God de Heere zal Hem den troon van zijn vader David geven, en Hij zal over het huis Jakobs koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns koninkrijks zal geen einde zijn." Luk. 1:31-33. Deze belofte is nog niet vervuld. Nog is hem Da.vids troon niet gegeven, nog heerscht hij niet over het huis Jakobs. Profeet WAS Jezus toen hij 3 jaar lang omwandelde, het volk leerende en deze leer met teekenen bekrachtigende (Luk. 24:19). Als HOOGEPRIESTER heeft Hij Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd, en gedurende deze bedeeling blijft Hij de Hoogepriester in het binnenste heiligdom, gelijk in den brief aan de Hebreen zoo schoon betoogd wordt. Daar leeft Hij altoos om voor ons te BIDDEN (Hebr. 7:25; Rom. 8:34; I Joh. 2Lk) dat is zijn Hoogepriesterlijk werk. Nog zit Hij niet op den troon. De Vader zit op den troon. (Openb. 4:9, 10; 5:1, 7, 13; 6:16; 7:10, 15; 19:4). Christus is Lam in het midden des troons (Openb. 5:6). Door Zijne menschwording heeft Hij vrijwillig afstand gedaan van den troon des hemels. Wij vinden Hem eerst als Koning der koningen, met vele koninklijke hoeden op zijn hoofd, wanneer Hij weerkomt om zijne vijanden té richten en Zijn Koninkrijk op aarde op te richten. (Openb. 19:11-21)."

DS. A. VAN ANDEL, de Christen wijsgeer, die als Schriftkenner zijn weerga schier niet vindt, noemt het een dwaze waan, om kerk en koninkrijk te vereenzelvigen. Laten we hem er zelf over hooren. Hij schrijft: "Zij behoort wel tot het rijk, maar is het rijk zelf niet, want zij is des konings bruid. Dit rijk wordt

Sluiten